met voorbedachte schaamte
De documentaire die ontstaan is vanuit het schaamteproject (en deel uitmaakt van ‘De Schaamteclub’) kan je hier beluisteren.
Met voorbedachte schaamte (lage kwaliteit)
(21′21″)
De documentaire die ontstaan is vanuit het schaamteproject (en deel uitmaakt van ‘De Schaamteclub’) kan je hier beluisteren.
Met voorbedachte schaamte (lage kwaliteit)
(21′21″)
Op zondag 27 juni, om 15:15u, hernemen we De Schaamteclub op het ITS-festival in Amsterdam!
“Schaamte kan een hevige basisemotie zijn, waarmee iedereen in mindere of meerdere mate mee te maken heeft. Het is deze emotie die Kaat Haest in haar masterproef onderzoekt. Eerst middels een uitgebreid onderzoek en overzicht van getuigenissen omtrent het fenomeen op de schaamte-site, vervolgens op de live-voorstelling in de Rataplan.
Begeleid door drummer Joren Cautaers – van nature een getalenteerde blozer en dus uitermate geschikt voor dit project – en onder coaching van de bekende acteur Valentijn Dhaenens (die we eerder dit jaar fantastische dingen zagen doen in DegrotemonD), bracht Kaat haar ding. Ze zit – aanvankelijk geblinddoekt – op een stoel en gaat in dialoog met opgenomen getuigenissen. Soms pijnlijke openbaringen van mensen die zich schamen over hun uiterlijk, hun drankmisbruik, hun regelmatig bezoek aan hoerenkroeg ‘t Keteltje. Ze brengt een opzettelijk erbarmelijke versie van Like a virgin en toont een fiks blozende Joren terwijl ze een wetenschappelijke opsomming geeft van de typische kenmerken van schaamte (zich blozen, wegkijken, zich klein maken, …).
Hilarisch is het fragment uit de film Alleman van Bert Haanstra (hier te bekijken) waarbij strandbezoekers zich in allerlei bochten wringen om op kuise wijze hun badkledij aan of uit te trekken. De meest treffende quote uit de voorstelling vond ik de volgende : een teveel aan schaamte kan uitmonden in (eet)stoornissen en depressies terwijl een tekort aan schaamte zich veelal uit in agressief en egocentrisch gedrag. Een gezonde dosis schaamte is derhalve aangewezen.
Na een korte pauze werd het publiek uitgenodigd op plaats te nemen op stoelen die kriskras op het podium verspreid waren, en te luisteren naar een audio-docu. Het betrof een mix van twee ontroerende getuigenissen : een voormalige drugsverslaafde die zijn ontspoorde leven terug op de rails probeert te krijgen en een anorexische theateractrice. Twee getuigenissen die heel wat food for thought opleverden. Tekenend voor de kracht van de voorstelling was het feit dat het publiek na afloop er wat beduusd en mijmerend bijzat. Dat publiek werd immers een spiegel voorgehouden en misschien was het spiegelbeeld niet altijd aangenaam om zien.
Tijdens deze voorstelling zat ik schuin achter theater-icoon Lucas Vandervorst, één van de mensen die dit project zal beoordelen. Afgaande op diens geamuseerde gelaatstrekken twijfel ik niet aan de goede beoordeling die dit project verdient.”
De performance van Maud Vanhauwaert op de Finale van FrappantTXT. (Die ze won.)
Beeldkwaliteit is niet super, maar luister & geniet!
Ik schaam me wanneer ik me schaam voor dingen waarvoor ik vind dat ik me niet moet schamen.
Ik schaam me voor plaatsvervangende schaamte.
Geen groter schaamte dan wanneer je merkt dat een ander zijn schaamte voor jou probeert te verbergen.
Je hebt daar overal van die hoge bomen vol vogels.
Er viel een vogelstront recht op mijn hoofd.
Een hele natte, met zwart, wit en groen.
Het stonk heel erg en ik schaamde mij dood.
Ik ben mijn haar gaan wassen met handzeep in de toiletten, maar de schaamte kreeg ik er niet uit.
‘Verlegen’, Han Hagens, 2006
Jongetje in de afgelegen Tibetaanse Khamvallei ziet voor het eerst een camera.
Maria Magdalena
(In: ‘Het Magdalena Manuscript’, Tom Kenyon en Judi Sion)
Weet jij wat het schaambrokje is ? Wanneer je met verschillende mensen samen bent en er staat een hapje op tafel, dan blijft vaak het laatste stukje liggen omdat niemand dit durft te nemen. Dit noemt men het schaambrokje.
Ooit al eens op je tanden gevallen?
De laatste maanden ging mijn lachen steeds gepaard met een gevoel van schaamte… Een vreemde combinatie, telkens wanneer ik blij en vrolijk was, of lachte om een grap, voelde ik me tegelijkertijd beschaamd en droevig.
Mijn tanden zijn hersteld maar het gevoel van bekeken te worden blijft. Ik betrap mij erop dat ik nog steeds minder snel mijn tanden blootlach…
Schaamte is een vervelende emotie. Ze overvalt je op de meest ongelegen momenten, en haalt je zelfvertrouwen genadeloos onderuit. Maar het is ook dankzij onze schaamte dat we als mensen in groep kunnen overleven. Dat we in een stad wonen, etentjes organiseren en lid zijn van een club. Bijna 140 jaar geleden schreef Darwin er al een uitgebreid hoofdstuk over. Het afgelopen jaar ben ik er zelf naar op zoek gegaan, gewapend met een microfoon. ‘De Schaamteclub’ is een verzameling persoonlijke verhalen: verteld in een interview, geplukt uit een boek, of achtergelaten op een website.
Ik herinner me nog die dag, bijna veertig jaar geleden, als de meest schaamrode dag in mijn leven.
Ik had het derde middelbaar hier in ons dorp beëindigd en moest om één of andere reden een andere school zoeken. Begin juli gingen mijn ouders en ik me laten inschrijven in de richting Mens Wetenschappen in Turnhout. Dat dachten we, tenminste. Niets was minder waar: de directrice wilde mij met mijn voorgeschiedenis (?) niet inschrijven. We mochten op 1 september terugkomen, als er dan een leerling tekort was, kon dat alsnog gebeuren.
1 september trokken we terug naar die school, met de moed in onze schoenen. Na vele mooie beloftes werd ik uiteindelijk toegelaten en… ik kon meteen naar mijn klas!!! Paniek!!! Bij ons in het dorp begonnen de scholen pas op woensdag, 2 september. Daar stond ik in mijn deftige rokje en witte sokjes (voor de gelegenheid), zonder boekentas, zonder boterhammen, zonder iets! Iedereen was daar in grijsblauw uniform.
Zuster Anthonia bracht mij naar mijn klas, waar ze me voorstelde. Ik zakte bijna door de grond. Een stoel werd bijgeschoven en ik kreeg een blad en een balpen van mijn gebuur. In de loop van de voormiddag werd er aangeklopt: zuster Anthonia bracht mij een pakje boterhammen. Weerom knalrood! Dan naar de refter in de kelder. Ieder kreeg een plaats aangewezen, voor mij was er geen. Er was nog plaats aan een tafel in de hoek: daar zat ik dan met mijn deftige rokje, witte sokjes en mijn nonnenboterhammen. Ik voelde me net een Parijs vakantiekindje van de nonnekes. Nooit heb ik me meer geschaamd als toen die dag!
Vroeger stonden er in onze tuin veel fruitbomen. Als kind hielp ik altijd bij het plukken. Ik had geen last van hoogtevrees, dus ik klom vlot tot in de bovenste takken.
Op een keer zat ik hoog de appelboom, en ik moest dringend plassen. Ik had geen zin om mij naar beneden te laten zakken, want ik wilde nog een paar takken plukken.
Ophouden kon niet meer, dus ik deed het vanuit de kruin.
Ik had alleen niet gezien dat mijn moeder beneden bij de boom stond.
Net op het plekje waar mijn straaltje terechtkwam…
Toen ik zestien was, ging ik op kamers. Samen met twee meisjes.
Met één meisje kon ik het goed vinden, het andere was een seutje. Maar wel de enige van ons drieën met een vriendje.
Wij waren stikjaloers.
We belden haar op, deden de stem van haar vriendje na, en maakten het uit.
(Het is zo lang geleden, ik weet niet eens meer wie van ons het plan heeft bedacht, en wie het heeft uitgevoerd – ik denk dat ik de beller was.)
Een avond lang lag ze te huilen op haar bed.
We voelden ons schuldig, gingen met haar praten, en biechtten alles op.
Maar ze was zo verdrietig, dat ze ons verhaal niet eens geloofde.
Tussen ons drieën is het nooit meer goed gekomen.
‘De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels’ van Gerrit Krol.
21. Over schaamte, stijl en plaatsvervangende schaamte (p.68-69)
Over de schrijver zijn schaamte. Want daarover hebben we het eigenlijk nog niet gehad. Wél over vergelijkingen, vorm en inhoud, afbeeldingen en de techniek ervan, kortom de spiegels, en het zal duidelijk zijn waartoe al deze spiegels dienen.
Wie schrijft, beschrijft zichzelf. En dat doet hij beter naarmate hij verder doordringt tot de kern van zijn persoonlijkheid en deze blootlegt – voor anderen. Dit proces gaat met schaamte gepaard, bij de schrijver, maar zo mogelijk nog meer bij de lezer en het is terwille van deze lezer dat hij, de schrijver, spiegels gebruikt, meer nog dan voor zichzelf. Je toont het ene, maar je bedoelt het andere.
Dàt is het wat, in je vertoning, je techniek uitmaakt. In de letteren heet dat stijl. Schaamte, die overwonnen wordt door stijl. Als je wilt weten wat ‘literatuur’ nu precies inhoudt, is dat misschien een goede, want eenvoudige definitie.
Deze definitie verklaart ook de gêne van de schrijver als hij zich vertoont aan het publiek en optreedt in het openbaar – als hij daartoe niet de juiste hoed heeft opgezet. In dit verband herinner ik me een reactie van de dichter Van Geel, op het verzoek om samen met alle dichters van Nederland op te treden in Carré. Hij was de enige die niet kwam, met als opgave van reden: dat hij zich schaamde. Hij bracht dit niet als verontschuldiging, maar als verwijt: ‘als dichter hoor je je voor wat je doet te schamen’
Schaamte voor jezelf, schaamte voor je werk. Er is nog een derde soort schaamte: de schaamte van de schrijver voor zijn vakgenoten, de andere schrijvers. Een schaamte die uitbreekt als je je voorstelt de ander te zijn. Een schaamte die te maken heeft met trots. Jaren geleden had ik ’s een discussie met iemand die bekend stond, en zich ook manifesteerde, als een groot vrouwenliefhebber. Ik had, gestuurd door de nieuwste inzichten op dat gebied, me laten ontvallen dat ik, och, voor homoseksueel gedrag ‘best wel’ begrip kon opbrengen: twee mannen bij elkaar die in elkaar zichzelf… Niets ervan. De man raakte geweldig geëmotioneerd. Dat ik, met mijn gedichten, zò iets kon zeggen. Als hij met een vrouw was, dan was dat zò iets moois, daar genoten ze beiden van, en als hij zich dan voorstelde dat twee mànnen… Dat was toch verschrikkelijk…lelijk?
Plaatsvervangende schaamte noemt men dit. Degene voor wie men zich schaamt, schaamt zich misschien zelf helemaal niet. Dezelfde reden waarom sommige vrouwen (en mannen) geen pornografie kunnen verdragen.
Dezelfde reden waarom je als schrijver soms het werk van een ander schrijver niet verdragen kunt. Je leest iets van hem en denkt dat je het zelf geschreven hebt en het zweet breekt je uit: ben ik zò’n platte geest? Onmacht is het gevolg van dit soort lezen. Woede. Agressie. Boeken worden verscheurd en in de grond gestampt. Komt alleen voor onder schrijvers.