Teasertje…

podium,video — Kaat op maart 21, 2011 om 15:45

Bekentenis

ik heb nog nooit... — Kaat op maart 15, 2011 om 21:57

Ik heb nog nooit iemand verteld dat ik, wanneer ik alleen thuis ben en er zeker van ben dat niemand me ziet, soms wel eens mijn beste zangkwaliteiten durf bovenhalen.
Al van toen ik nog een schattig kleutertje was, zing ik enorm graag – met tientallen cassetteopnames waarop ik en mijn vijf nichtjes de Spice Girls imiteerden als bewijs. ‘Wannabe’! zongen we dan, en dat is inderdaad ook het perfecte woord om onze zangprestaties te beschrijven…
Vroeger was het nogal moeilijk om buiten het zicht van mijn ouders te ‘oefenen’ voor mijn toekomstige zangcarrière: ik moest immers wachten tot mijn favoriete nummer, ik vermoed iets van K3, op de radio zou komen. Dus besloot ik er maar ineens een heuse show van te maken; als schattig kleutertje stond ik er niet bij stil dat dit soms wel eens tot irritatie kon leiden bij mijn huisgenoten, vooral dan mijn kleinere broertje.
Tegenwoordig pak ik het iets subtieler aan. Het idee van een zangcarrière heb ik enkele jaren geleden al laten varen, maar ik kan het nog steeds niet laten om mee te zingen met zowat alle liedjes die ik op de radio hoor. Na 7 jaar muziekacademie weet ik gelukkig wel wanneer ik mijn stem best wat kan dempen. Wanneer ik in gezelschap van andere mensen ben, zal je me niet snel vals horen zingen, aangezien ik mijn eigen zwaktes – en dat zijn er tot mijn grote spijt veel – nogal goed weet in te schatten. Soms ben ik echter helemaal alleen thuis, en dan durf ik me wel eens te laten gaan. Tegenwoordig gaat dat net iets makkelijker dan vroeger, omdat er nu zoiets bestaat als Youtube. Gewoon ‘karaoke’ intypen en je bent voor een paar uur vertrokken. Zalig.
Wat een nóg zaliger gevoel geeft, is zingen in het ‘semiopenbaar’ zoals ik het noem. Daarmee bedoel ik dat je zingt in de open lucht, maar er toch op let dat niemand je hoort. In de praktijk: zingen op de fiets. Ik ben zelf een gevorderde semiopenbaar zangeres, dat dacht ik toch tot ik enkele weken geleden geconfronteerd werd met het enige risico van het vak: betrapt worden.
Omdat toen het weer het nog toeliet, besloot ik met de fiets naar de voetbaltraining te rijden. Met de oortjes van mijn iPod in mijn oren, begon ik aan de 7 kilometerlange tocht. Al snel was ik mee aan het zingen met één van de 879 liedjes, er ondertussen op lettend dat niemand zich in een straal van vijftig meter rond mij bevond. De hele weg was leeg, er was zelfs geen auto in de verste verte te bespeuren. Net wanneer ik op het hoogtepunt van het nummer – ‘And Yooooooooouuuuuuuuuuu, your sex is on fire!’ – ben aanbeland, kijk ik opzij en merk ik een vrouw op die in haar tuin staat te werken. Ze kan haar lach onmogelijk inhouden, en eerlijk gezegd verbaast me dat niks. Het feit dat ik ook al in volledige voetbaloutfit, inclusief voetbalshortje, scheenbeschermers en kniesokken, op de fiets zat, zal mijn verschijning hoogstwaarschijnlijk nog extra speciaal gemaakt hebben. Een fietsend, niet-zuiver zingend meisje in complete voetbaluitrusting, nee, dat kom je niet elke dag tegen.
Toch laat ik me door dit voorval niet kisten, integendeel, ik verheug me er al op dat ik in april eindelijk alleen in de auto mag zitten!

Een regelmatig fietsende, niet-zuiver zingende, voetballende Studio Brusselfan

LEERLING SPIJKER HOOGSTRATEN

Barbie-leed

ik heb nog nooit... — Kaat op maart 15, 2011 om 21:53

Ik heb nog nooit iemand verteld dat ik de Barbie van een vroeger klasgenootje heb onthoofd. Bovendien was het niet zomaar een Barbie, nee, het was haar lievelingsbarbie. Glanzende blonde haren en een prachtige avondjurk had ze. Wat er toen gebeurde, zal ik nooit vergeten.
Vroeger was het voor mij nog niet aan de orde mijn woensdagnamiddagen te spenderen aan wiskundeoefeningen en andere tijdverspillers. Het gebeurde dus wel eens dat ik inging op de uitnodiging van een klasgenootje om samen te spelen, zo ook die ene bewuste dag.
Na het welbekende ongemakkelijke eerste kwartier, kwamen we al snel terecht in de boeiende leefwereld van Barbie en co. Na een paar kledingswijzigingen en kapselveranderingen, van Barbie uiteraard, vond mijn vriendinnetje dat het tijd was voor een plaspauze. Zij verdween dus naar het kleine kamertje, terwijl ik naarstig verder speelde.
Tijdens het spelen ontdekte ik plotseling dat je de benen van een Barbie kan plooien. Aangezien ik thuis niet zo’n poppen in mijn bezit had, was dit voor mij een hele nieuwe ervaring. Nadat ik een tijdje de soepelheid van Barbies ledematen had getest, viel mijn oog op het lange blonde haar. Als zij haar benen in zo’n onnatuurlijke hoek kan buigen, moet haar hoofd dat ook kunnen, dacht ik zo. Links, rechts, links, rechts. Het ging een beetje stroef, maar ik zag er geen graten in. Boven, onder, boven,… Plotseling zat ik daar, het blonde haar golvend over mijn handpalm. Grote paniek. Na enkele verwoede pogingen het lichaam terug een hoofd te geven, gaf ik het op. Dan maar over naar plan B: Barbie in speelgoedbak, hoofd ernaast. Voetstappen op de gang. Nieuwe opwelling van paniek. Hoofd in jaszak, lichaam in speelgoedbak. Net op tijd.
Waar ik me nog altijd over verbaas is dat mijn vriendinnetje mijn vuurrode hoofd niet opmerkte. Gezellig speelden we verder, niets aan de hand. Een hele dag van Kens leven verstreek, zonder dat hij merkte dat zijn geliefde niet meer onder de levenden was. Net op het moment dat mijn hart weer zijn normale ritme had bereikt, haalde hij het echter in zijn hoofd een ritje te maken met zijn mooie roze sportauto. Enige probleem: de auto had twee zeteltjes. Geen betere medepassagier te bedenken dan die ene Barbie met dat lange haar dat zo mooi wappert in de wind. Een paar graaien in de speelgoedbak later kwam Barbie tevoorschijn, een groot gapend gat op de plaats waar haar hoofd hoorde te zitten. Mijn vriendin slaakte een jammerkreet. Ik opnieuw in paniek omdat ik niet wist wat ik moest doen. Mijn acteercapaciteiten stonden toen namelijk nog op een laag pitje. Ik jammerde dus maar wat mee. Haar moeder had blijkbaar geen last van gehoorschade, want binnen de twee tellen stond ze al bij in de kamer. “We vinden haar hoofd wel terug, schatje,” klonken de troostende woorden van moeder. Niet dus, haar hoofd bevond zich namelijk op een plaats waar het niet hoorde te zijn. Best een lugubere gedachte, rondlopen met een hoofd in je jaszak. “Ach, we zoeken straks wel verder, speel jij nu maar lekker door.” Uiteraard kwam er van lekker spelen niets meer in huis. De sfeer was voorgoed verpest en dat was mijn schuld. Wat een onschuldige namiddag spelen had moeten zijn, ontaardde in een drama.
Het geluid van de deurbel weerklonk door het huis, oef, gered! De rit naar huis kon me niet snel genoeg gaan. Pas in de vertrouwde omgeving van mijn slaapkamer, durfde ik het hoofd tevoorschijn te halen. Beschaamd borg ik het op in de lade van mijn nachtkastje. Dagenlang werd ik geteisterd door nachtmerries met in de hoofdrol het Barbie-hoofd, wat mijn schuldgevoel alleen maar aanwakkerde. Sinds die bewuste dag kan ik niets meer uit de lade van mijn nachtkastje nemen zonder de glazige blik van die ellendige pop voor me te zien.
Ik heb het nooit over mijn hart gekregen alles op te biechten, net zo min ik het ooit over mijn hart heb gekregen het hoofd toe te wijzen aan de vuilnisbak. De gebeurtenis heeft me namelijk een wijze les geleerd die ik al mijn nabestaanden wil meegeven: Barbie-hoofden zijn niet flexibel!

LEERLING SPIJKER HOOGSTRATEN

© 2017 | SCHAAMTE.BE | Kaat Haest