‎”Schaamte is het krachtigste afrodisiacum dat er is.” (JAN WILLEM GEERINCK)

"quotes" — Kaat op april 23, 2011 om 21:46

“De pudeur die wij kennen wat onze vleselijke lusten betreft, is (…) voornamelijk ingegeven door de katholieke kerk. Rouwig ben ik daar niet om, want het is dé verdienste van de joods-christelijke moraal dat ze ons met schaamte heeft opgezadeld. Schaamte is het krachtigste afrodisiacum dat er is.”

(In: De Morgen, zaterdag 23 april 2011, p. 65)‎

JAN WILLEM GEERINCK

Mijn huismonsters

ik heb nog nooit... — Kaat op april 1, 2011 om 00:43

Ik heb nog nooit aan iemand verteld dat ik vroeger bang was van monsters. Ik was namelijk van de overtuiging dat een kind van vier te oud was om bang te zijn van monsters, alleszins dat was zo toen ik zelf vier was. Ik keek op naar de volwassenen in ons huis. In mijn geval was dit alleen mijn moeder, omdat mijn vader de mentale leeftijd van vijf nooit heeft weten te overbruggen. Mijn broers waren de puberteit nog niet gepasseerd en ze rebelleerden tegen alle gezag en tegen alle regels. Min of meer tegen alles waar je tegen rebelleren kan, denk ik. Ik nam gewoon aan dat zij gemeen geboren waren en dat ik moest laten zien dat ik, net zoals zij, nooit bang was. De feiten waren echter helemaal anders.
Ik zal je maar gewoon vertellen dat ik vroeger drie huismonsters had. Als ik er nu op terugkijk is het natuurlijk heel erg normaal dat een klein kind bang is voor monsters maar, zoals ik al eerder zei, toen was ik er echt absoluut beschaamd om dat ik mij liet afschrikken door die drie gemeneriken.
Gelukkig zijn ze niet alle drie op hetzelfde moment in ons huis komen wonen. Onze eerste nieuwe monsterlijke huisgenoot was een pop. Nu kinderen spelen graag met poppen, zou je zo zeggen, maar deze pop was een pop des duivels! Het ding was nog gemaakt door mijn moeder toen zij ongeveer zo’n vijftien jaar oud was. Ze had al haar dagen gespendeerd om het lelijke poppenlijf zo gedetailleerd mogelijk uit haar breinaalden tevoorschijn te toveren. Het gevolg was dat ze helaas geen afstand kon nemen van het lelijke ding en dat ze het, met alle goede bedoelingen, op mijn kamer had gezet, om haar jongste en liefste kleine spruit gezelschap te houden. Helaas vond ik het ding afgrijselijk en werd het al snel verbannen naar het koffertje op de gang. Mijn moeder, verontwaardigd als ze was, haalde het onding echter telkens weer uit zijn geweldige bergplaats vandaan en zette hem dan weer onverbiddelijk aan het einde van mijn bed.
Wat mij nu zo bang maakte aan die pop was dat ze geen handen had. Door gebrek aan tijd was mijn moeder genoodzaakt geweest om haar twee armen aan elkaar vast te maken. Ik was bang dat ze mij zou doodknuffelen in mijn slaap. Ik schaam mij zelfs nu nog om op te moeten biechten dat ik werkelijk geloofde dat een pop tot leven kon komen en mij kon komen doodknuffelen. Tevens voel ik wel plaatsvervangende schaamte voor mijn arme moeder. Gewoon omdat ze vandaag de dag nog steeds ontzettend trots is op het lelijke scharminkel dat zij, met behulp van haar breinaalden, op de wereld heeft geholpen.
Het tweede huismonster woonde onder mijn bed. Hij kwam daar via het tijdschrift waar hij eerst woonde onder mijn lattenbodem terecht dankzij één van mijn lieftallige broertjes. Ik was ongeveer vijf toen mijn jongste broertje mij bij zich riep. Ik kende geen vrees en kwam naast hem zitten bij een verzameling wetenschapstijdschriften die hij in een hoek van de zolder opgestapeld had. Hij liet me de cover van één van de tijdschriften zien. Op de voorkant stond een afgrijselijk lelijk horrormasker, een beetje te vergelijken met de orks uit ‘Lord of the Rings.’ “Nu moet je goed luisteren,” zei mijn broer op mysterieuze fluistertoon. Ik keek hem met grote ogen aan en knikte vol overgave. Met ‘vol overgave’ bedoel ik eerder ‘bijna het hoofd van mijn hals’. “Deze man zit in dit tijdschrift gevangen,” ging mijn broer verder. Ik vond dat op zich niet zo erg want ik vond dat monster maar eng. Nu moet je weten dat mijn broers het geweldig vonden om mij bang te maken. Gewoon omdat ze wisten dat ik mij dan zou schamen. Dan zouden zij het aan mijn mama verklappen en dan zou ik met rode wangen het geklik aanhoren.
Maar ik wijk af. We zaten dus samen nog steeds naar de cover van het tijdschrift te kijken. Ondertussen was ook mijn oudste broer bij ons komen zitten. Twee paar grote ogen keken mij serieus aan. “Zusje,” zei mijn oudste broer met een zware mysterieuze stem, “deze man komt jou deze nacht halen… Als je slaapt.”, Ik weet nog goed dat ik het gevoel had dat al mijn bloed ter plekke was bevroren en dat ik haast moest huilen van angst. Maar omdat ik mij niet wilde onderdoen tegenover mijn grote sterke broers wist ik toch een glimlach tevoorschijn te toveren en met dappere stem te roepen “dat hij me maar komt halen, ik sla hem in elkaar!”
Sindsdien stap ik altijd van op afstand in bed. Zo ongeveer een meter. Als er dan een orkarm onder het bed vandaan komt om me bij de enkels te grijpen en me mee te sleuren naar orkland ben ik normaal niet binnen zijn bereik. Allesins nu stáp ik van op afstand in bed. Vroeger was het meer springen van op afstand. Zo kwam ik in situaties waar mijn moeder mij dan betrapte en me aankeek met haar moederlijke blik van ‘waar ben jij nu mee bezig?’ dan voelde ik het schaamrood al naar mijn wangen kruipen. Ik heb ook nog jarenlang met een nachtlampje geslapen. Dat was ook wel erg beschamend. Want welk kind van twaalf slaapt nu nog met een nachtlampje?
De laatste en derde bewoner, mijn favoriet, is een mummie. Nu moet je weten dat ik acht jaar na mijn jongste broer geboren ben. Toen zij dus de legale leeftijd hadden om horrorfilms te kijken was ik dus nog een echte uk van acht. Goed, dat is al een zekere leeftijd, maar toch is er een film die me altijd is bijgebleven: The mummy. Ik weet nog dat ik zo van slag was van het feit dat hij zijn kaken ontzettend ver van elkaar kon spreiden en dan iemand op kon zuigen. En zo kwam dan uiteindelijk ons derde huismonster ten tonele. Zijn woonplaats was onder de badkuip. Misschien een gek plaatsje voor een mummie, maar ik neem aan dat het daar wel vaak lekker warm was. Hij kon ademen via een verluchtingsgat dat mijn vader had gemaakt om eventuele vochtproblemen tegen te gaan. Nu moet je het jezelf even voorstellen. Onze badkuip was aan de linkerkant van de badkamer. In het midden had je de wastafels en dergelijke en dan rechts in de hoek had je het toilet. Tijdens mijn gezellige toiletbezoekjes hield ik dus altijd angstvallig de badkuip in het oog. Ik ontwikkelde zelfs een aantal zéér beschamende gewoonten. Ik was er zo van overtuigd dat; als ik niet op tijd in de woonkamer was nadat ik had doorgetrokken; de mummie tot leven zou komen en het vel van mijn botten zou komen zuigen. Ik had dus exact tien seconden om me te haasten van de badkamer naar de keuken. Als ik daar dan hijgend en met angstogen de keuken binnenstormde had ik altijd wel een uitleg klaar.
Maar, Saraï zijnde, kan het nog altijd net dàt beetje extremer. Nu ik dit typ ben ik net zo rood als een tomaat die op ontploffen staat. Dit is natuurlijk een beetje overdreven want ik ga niet echt ontploffen, maar je begrijpt waarschijnlijk wel wat ik bedoel.Al die keren dat ik in bad zat, herinner je dat de mummie onder de badkuip lag, was ik er van overtuigd dat hij me kon horen. Als ik dus in morse een bepaalde code zou tikken op de bodem van het bad zou ik de mummie misschien kunnen opwekken. Daarom paste ik altijd heel erg goed op dat ik mijn handen stilhield.
Nu ik verhuisd ben hoef ik me gelukkig niet langer druk te maken over die drie rakkers. In ons nieuwe appartement zit er geen ork onder mijn bed (hoewel de gewoonte om van op afstand in mijn bed te stappen er nog wel steeds is). Er zit ook geen mummie onder de badkuip want ademen zou hij niet kunnen. Dus àls hij er dan al zou zitten dan kan hij zonder zuurstof toch niet tot leven komen. Die pop heb ik ook netjes achtergelaten. Al vrees ik dat na het voorlezen van deze beschamende tekst mijn moeder het ding toch zal willen gaan halen en alsnog hier ergens een plaatsje zal willen geven. Maar ach, nu ben ik zeventien. Schaamte is voor mij héél erg normaal geworden en bang zijn? Dat doet iedereen! Toch?…

LEERLING SPIJKER HOOGSTRATEN

© 2017 | SCHAAMTE.BE | Kaat Haest