Schaamtefilmpje
SOFIE & KATRIEN RUTS
Ik heb nog nooit iemand verteld dat ik een echte dromer ben. Ik droom over de sterren, over verre ruimtereizen. Ik droom van elfjes die de bloemen schilderen, ze geven elk een andere kleur. Ik droom over mijn prins die komt aanrijden op zijn wit paard. Of over snoepjes, zo groot als een huis! Wanneer ik begin te dromen, slaat mijn fantasie op hol. Ik creëer mijn eigen wereld. In mijn fantastisch rijk bepaal ik wat er zal gebeuren en wie er welkom is. Er gebeuren de meest wonderbaarlijke dingen. Maar, ik heb het nog nooit iemand verteld. Ik ben immers te oud voor elfjes, feeën en prinsessen.
Toch denk ik soms: mag een 16-jarig meisje niet meer dromen?
LOTTE DE LOCHT
Ik was afgelopen zomervakantie op kamp en we hadden een spel. Het was de bedoeling dat de jongens zich verkleedden als meisjes en andersom, wat als resultaat gaf dat alle jongens in een kleedje rondliepen, sommigen zelfs op hakken, en dat de meisjes kleren hadden geleend van de jongens en wat onbeleefd deden. De vriendin met wie ik op kamp was, ging toen wijdbeens op de bank zitten, haar hand in haar broek en deed alsof ze een man was, wat nog wel meeviel, dat was wel grappig voor een moment. Maar terwijl ze dat deed, was ze heel de tijd aan het roepen in plaats van gewoon te praten en echt belachelijke dingen aan het zeggen. Ik zat toen naast haar en zag dat iedereen van onze leefgroep rare blikken wierp op haar, maar zij had dit zelf niet door. Omdat we nog niet lang op kamp waren, kende iedereen haar als mijn vriendin, maar op dat moment schaamde ik mij dood voor haar, want ze overdreef echt. Ik heb haar toen gezegd dat iedereen nu wel door had dat ze een ‘man’ was, maar ze wist van geen ophouden. Daar zat ik dan, rood als een tomaat, en ik kon haar niet stoppen. Ik ben dan uiteindelijk maar wat verder weg gaan zitten, omdat ik me te erg schaamde.
UIT DE VERGEETPUT
Het ergste is als ik wc-papier moet
halen dat in de reclame is, want
dat verkopen ze met vierentwintig
rollen samen in doorzichtig plastic,
zodat iedereen op straat ziet wat het
is en denkt: nou zeg, dàt kind gaat
prinsheerlijk zitten poepen! Terwijl
ik nòòit zelf toiletpapier zou kopen
als het niet van mama moest. Ik kijk
naar de grond; ik kan toch niet tegen
iedereen op straat roepen: ‘t is voor
mijn moeder! Het is voor mijn moeder!
TED VAN LIESHOUT
Ik liep in een straat met veel volk aan de overkant, zij waren op de bus aan het wachten, ik viel niet op, maar aan mijn kant van de straat stonden nog wat mensen, en ja, het was glad, ik schoof uit en ik stond voor schut!!!
UIT DE VERGEETPUT
ik ben ten einde raad
bij de éne waar een paar verdorde bloemen door de
zuurgeworden bami heensteken en die ik gisteren al niet
dicht kreeg heb ik over alles heen nog de rest van de
yoghurt gegooid
de andere heb ik uiteindelijk dichtgekregen
maar toen ik hem optilde bleek er onderin een gaatje
te zitten waar een tak doorheen stak
waarlangs een straaltje sap liep
dat erg stonk
wat nu — denk ik –
ik loop naar het raam en zie de andere allemaal netjes
buiten staan in groepjes van twee of drie
alleen voor mijn deur staat niets
ze heeft wéér geen huisvuil zullen ze zeggen
ze eet alles op
verdorde bloemen
melkflessen
aardappelschillen
koffiedik
alles
op straat zullen ze met een boog om me heenlopen en
als ik langskom zullen ze schrikken en gauw hun huizen
inschieten
ze zullen hun kinderen binnenroepen en hun honden op
me loslaten
ik zal vereenzamen en de zin van het leven niet meer
zien
wat nu — denk ik –
ineens heb ik de oplossing
ik pak een nieuwe vuilniszak en kruip erin
ik zet mezelf naast de andere twee
er valt een zware last van me af
ik ben opgelucht
ik heb geen verantwoordelijkheid meer
ik kan hoogstens nog denken
als jij maar niet vergeet om de vuilniszakken straks
buiten te zetten
méér kan ik niet doen
als je thuis komt zul je kwaad zijn
ten eerste kun je me niet vinden en ten tweede heb ik
wéér de vuilniszakken niet buiten gezet
zuchtend zul je ze één voor één oppakken en al gauw staan
we met z’n drieën voor de deur
met mij zul je een beetje moeite hebben maar dat heb
je wel vaker en tenslotte is dit de laatste keer
in de straat zullen ze zeggen
hé daar heb je op het laatste nippertje toch nog het
huisvuil van nummer 21
hun houding ten opzichte van mij zal plotseling
veranderen
maar het is te laat
fluitend neemt een donkere gastarbeider me in zijn
armen
en onder gerinkel van ijzer
en het luiden van de bel
vertrek ik
na een leven van zorgen over alles waar je
altijd aan moet denken
naar de grote vuilnisbelt
waarvan nog nooit iemand is teruggekeerd
LISELORE GERRITSEN
_____________________________________________________
> Wat zegt je afval over jou(w leef- & eetgewoonten)?
>> Maak een wandeling door je buurt wanneer het afval buiten staat, neem een foto van een opmerkelijk hoopje vuilniszakken, en bedenk er een verhaal bij…
We gingen naar zee. Mijn oma klom op de keien,
die zwarte, die een mijl in het water steken.
Wij op het strand zagen haar, armen wijd,
dun knotje los, zwarte winterjas open,
glibber glibber over wier en algen lopen,
hoorden haar de ergste woorden schreeuwen,
schuddend met haar vuisten naar de bleke,
schichtig achteruit vliegende meeuwen.
Op het eind (we hadden stijve monden, konden
geen voet verroeren) draaide ze toch nog om.
Je moet, zei mijn vader, bij grootouders altijd even
denken: hoelang hebben ze nog te beven.
EVA GERLACH
Hij
Ik wil iets zeggen maar ik ben ervoor beschaamd…
Zij
Als je verlangen naar iets moois of eerbaars ging
en als je tong niets onvertogens wilde vragen,
dan hield je niet beschaamd je ogen neergeslagen
maar had ervan gesproken zonder aarzeling…
SAPPHO
voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,
de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
mijn vader die zich in een blazer hees,
het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,
zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf
zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
correct, zijn ogen dapper op de weg.
Geen zin in dom geworstel met de dood.
Hoe alles wat ik nog te zeggen had
onder de wielen van de tijd wegstoof.
MENNO WIGMAN
RIK WOUTERS
_____________________________________________________
> Wat ging hieraan vooraf? Waar haalt ze haar energie vandaan? Waarom is ze zo uitgelaten? Hoe oud is ze?
>> Zet muziek op en beweeg — schaamteloos!
Op 16 december as. zingt Marcel Beekman in samenwerking met het Asko/Schönberg-ensemble in het Muziekgebouw aan ‘t IJ (Amsterdam) jeugdherinneringen die met schaamte te maken hebben. Hoe klinkt schaamte? De componist Maarten Altena schreef de muziek, schrijver/bioloog Tijs Goldschmidt de tekst.
Meer info: Up and Up / Down and Out
_____________________________________________________
> Hoe klinkt schaamte?
>> Ga met een micro op pad en maak een schaamte-soundscape…
Er komt een dag dat ik besluit:
geen schaamte om mijn kleren uit,
jouw handen toelaat op mijn huid,
al weet ik nog niet wie jij bent.
Voorlopig schaam ik mij nog door.
Twee blote lijven vind ik goor,
omdat ik nog bij niemand hoor
die ‘t mijne al van buiten kent.
Hoe diep gaat liefde, is de vraag.
Hoe ver voorbij de randen?
Tot in mijn ingewanden?
Tot hart en lymfeklieren?
Tot botten, pezen, spieren?
Hou jij ook van mijn nieren?
Of gaat de liefde toch misschien
alleen tot wat het oog kan zien?
Stel dat ik door een ongeval
mijn lichaam niet meer voelen zal,
aai jij dat lichaam dan nog wel?
Of stopt de liefde bliksemsnel?
Hoe diep gaat liefde, is de vraag.
Hoe ver voorbij de randen?
Tot in mijn ingewanden?
Tot hart en lymfeklieren?
Tot botten, pezen, spieren?
Hou jij ook van mijn nieren?
Of gaat het om de schone schijn:
dit vel dat ik probeer te zijn?
Stel dat ik door een ongeluk
mijn been verlies en loop met kruk,
kus jij die kruk dan of dat been?
Of stopt de liefde dan meteen?
TED VAN LIESHOUT
Geïnspireerd door de wondermooie déchirures van Willem van Malsen schreef Kees van Kooten zijn eerste kinderboek: een lang, geestig rijm waarin het verhaal wordt verteld van een paard dat zich schaamt voor zijn ‘plofsels’ en dat pas gelukkig wordt als het ongezien en ongestoord kan ‘ploffen’. Een prachtig prentenboek, op groot formaat en geheel in kleur.
“Het Schaampaard kon wel huilen.
Waar moest zij zich verschuilen
als zij discreet wou ploffen
en er iemand langs kwam sloffen?
(Schaampaard was zo chic dat zij
wat zij doen moest in haar wei
- je krijgt aandrang en het kietelt -
maar als ‘ploffen’ had betiteld.)
Mensen hebben hun toiletten
waar zij vrijuit kunnen spetten;
dan is monddicht een pleziertje.
Maar wie zag ooit een diertje
met een wit wc-papiertje?
Dus je snapt hoe zij het vond
zoals ze daar te kijk stond,
met die misbaksels in haar gras.
Het was scrabeus. Het gaf geen pas.
Het was ook onhygiënisch.
Als zij een stap verzette
en dan zo’n plofbol plette
werd half haar onderbeen vies.
Abbah! Haar hoef! Het plakt eraan!
Komt ‘behoefte’ daarvandaan?
Schaampaard hinnikt naar de maan:
moet dit zo eeuwig doorgaan,
waar kan ik straks nog schoon staan?” (p.8-10)
KEES VAN KOOTEN
_____________________________________________________
> Ben jij zo’n type dat het moeilijk vindt om naar het toilet te gaan als er iemand in de buurt is? Of trek jij je daar net niks van aan?
>> Ontwerp je ideale wc-hokje… (Welk type bril? Welke achtergrondmuziek? Temperatuur? Lectuur? Geur?)
“Mijn vader zat altijd met de deur wagenwijd open te schijten. Zijn humus stonk buitenaards naar jarige kaas en vaak stond hij in zijn blote klokken in de gang, op twee meter van de pot, zodat ik niet kon doen alsof ik hem niet hoorde, en riep hij me hem een nieuwe rol toiletpapier of het andere stuk van de krant te bezorgen. Jaren was het zo gegaan, en het systeem werkte uitstekend: mijn vader kreeg zijn rol toiletpapier en zijn stuk krant altijd meteen. Maar nu Sylvie, mijn Brusselse nichtje, erop keek, leken wij ons opeens te willen verontschuldigen voor onszelf. We schaamden ons omdat we ’s ochtends krabbend en schartend in onze onderbroek de trap afdaalden. We schaamden ons omdat we voor televisie lagen te paffen met onze zweetvoeten op tafel. We schaamden ons om de kilo’s rauw gehakt die we aten voor de goedkoop en het gemak, en omdat we met onze blote hand in dat gehakt grepen en het goedje zo in onze mond staken en doorspoelden met koude koffie die ergens nog in een mok van gisteren was blijven staan. We schaamden ons om de wormen die we van het gehakt kregen en waartegen wij niets ondernamen. We schaamden ons om onze scheten die we lieten als kapelmeesters, de boeren die we vrije doorgang lieten. We schaamden ons om onze vloeken om niets, om het schaamhaar dat we ruifden boven de plee, om onze teennagels die we manueel korter scheurden en die vervolgens maanden bleven liggen op de mat. We schaamden ons om de sigaretten waarmee we in slaap vielen in de zetel, onze nicotinebruine tanden, onze bierlucht. We schaamden ons om de sletjes die mijn grootmoeder onaangekondigd aantrof bij het ontbijt en aan wie ze steeds opnieuw de naam moest vragen. We schaamden ons om onze dronken gezangen, onze smerige taal, ons braaksel en de steeds frequentere bezoeken van politie en deurwaarder. We schaamden ons, maar we deden er niets aan. ” (p.13-14)
DIMITRI VERHULST
Ik heb nog nooit iemand verteld dat ik vroeger circusassistente wilde worden. In plaats van meteen hoog te mikken en te gaan voor een carrière als leeuwentemmer, trappeziste of desnoods clown. Niet dus. Telkens wanneer men mij vroeg wat ik later wilde worden zag ik mijzelf meteen als circusassistente. Hoogstwaarschijnlijk gekleed in een fleurig pakje (liefst een paarse maillot) en bijpassende hoge hakken, plus een boa om mijn hals met een zachtheid waar alleen Perzische katten van kunnen dromen. Ik zou de goochelaar assisteren, lieftallig glimlachen wanneer hij mij iets vroeg en mij gewillig in tweeën laten zagen (mét gespeelde gilletjes wanneer de zaag zich door mijn frêle buikje werkte). Ik zou ook bevallig blijven stilstaan wanneer de ‘dolkengooier’ mij als net te missen doel opstelde en ik zou verwonderd mee applaudisseren bij het zoveelste konijn dat weggetoverd werd. Nadien zou ik me het gejoel van het publiek schijnbaar verlegen laten welgevallen. We zouden na elke geslaagde voorstelling met de artiesten gezellig samen zitten (in de zand-arena in de tent, liefst nadat de wilde dieren terug in hun kooien zaten) en niemand zou mij scheef bekijken omdat ik ‘slechts’ de circusassistente was. Misschien moet ik mij maar schamen om mijn kinderlijke fantasie, tenslotte klinkt zelfs ‘leerkracht’ beter als kinderdroom, niet?
ELLEN BATENS
LEERKRACHT SPIJKER HOOGSTRATEN
RON MUECK
_____________________________________________________
> Herken je deze houding? Zit of zat jij ook wel eens zo in een hoekje weggedoken?
>> Bedenk wie of wat deze reus (2m03 x 1m20 x 2m04) in een hoekje duwt…