“Schaamte is een gebrek aan empathie met jezelf” (CONNIE PALMEN)

"quotes" — Kaat op maart 22, 2012 om 00:09

De kracht van kwetsbaarheid

video — Kaat op februari 14, 2012 om 11:05

Researcher Brene Brown vertelt in dit filmpje hoe ze in haar onderzoek naar ‘menselijk contact’ geïntrigeerd raakt door gevoelens van schaamte en angst, en uiteindelijk de kracht van kwetsbaarheid ontdekt.

Met Nederlandse ondertiteling: Brené Brown – De kracht van kwetsbaarheid

Voor haar onderzoek neemt Brene Brown honderden interviews af en leest ze duizenden verhalen over ‘menselijk contact’. En het valt haar op hoe vaak het gevoel ‘schaamte’ naar boven komt. Schaamte kan begrepen worden als de angst voor het verbreken van contact: “is er iets aan mij, dat anderen te weten kunnen komen, en waardoor ik het niet meer waard ben om contact mee te maken, om lief te hebben?”

Dat brengt haar ertoe om de mensen in haar onderzoek op te delen in twee groepen: zij die zichzelf niet goed genoeg vinden, die geen genoegen nemen met wie ze zijn; en zij die dat wél kunnen, en daardoor ook vinden dat ze het waard zijn om geliefd te worden. Wat de laatste groep mensen gemeen hebben, zijn vier eigenschappen: moed (de moed om jezelf te laten zien zoals je bent, met al je onvolkomenheden), medeleven (mildheid voor jezelf en voor de anderen), contact (ontmoetingen aangaan met andere mensen vanuit je authenticiteit, niet vanuit wie je zou willen zijn, maar vanuit wie je bent — dat is een voorwaarde voor wezenlijk contact) en kwetsbaarheid (kwetsbaarheid durven omarmen, weten dat wat je kwetsbaar maakt, je ook mooi maakt — kwetsbaarheid zien als noodzakelijk, niet als angstaanjagend, ook niet als comfortabel).

Vaak proberen we onze kwetsbaarheid te verdoezelen, maar wat we niet beseffen, is dat we op die manier het ervaren van àlle emoties verdoven. Kwetsbaarheid is niet enkel een gevoel waaruit negatieve emoties als schaamte en angst kunnen voortkomen, maar het is ook een noodzakelijke voorwaarde om geluk, genot en schoonheid te kunnen ervaren.

Hoe proberen we kwetsbaarheid te verdoezelen?
We maken alles wat onzeker en twijfelachtig is, zeker (bv. in het geloof, de politiek: fundamentalisme i.p.v. discussie); we maken alles perfect (bv. plastische chirurgie, perfecte kinderen willen opvoeden); we doen alsof ons gedrag geen invloed heeft op andere mensen (bv. onze fouten negeren i.p.v. ons te excuseren).

Wat is de andere weg?
Jezelf durven laten zien, in alle kwetsbaarheid en imperfectie; durven liefhebben met heel je hart, ook al zijn er nooit garanties; dankbaar zijn en genieten; en vooral: weten dat jij genoeg bent, dat je het waard bent om geliefd te worden.

Dit gedicht schaamt zich

tekst — Kaat op november 29, 2011 om 13:26

Dit gedicht schaamt zich gedicht te zijn
woede wil andere wapens dan woorden
ja het schaamt zich gedicht te zijn en geen schot
waarmee het – dichter – jouw beul kan
vermoorden.

LUCEBERT

De sabelsprinkhaan

tekst — Kaat op juni 24, 2011 om 13:57

De sabelsprinkhaan wilde zich ook wel eens schamen, net als iedereen.
Maar hij wist niet wat dat was en hoe dat voelde.
Hij ging naar de boktor.
‘Ik ben zo zelfingenomen, boktor,’ zei hij. ‘Ik vind mijzelf het bijzonderste dier dat er bestaat. En dat ben ik ook. Kijk maar.’
Hij draaide op zijn hakken in het rond.
De boktor wierp een blik op hem en ging toen door met zijn werk: een toeter maken voor de kikker, zodat zijn gekwaak tot voorbij de horizon te horen zou zijn en iedereen die daar woonde er ook eens van genieten kon.
‘Ik heb me nog nooit ergens voor geschaamd,’ ging de sabelsprinkhaan verder. ‘En dat wil ik ook wel eens. Ik wil alles wel eens. Als ik me heb geschaamd wil ik gaan tobben, dat heb ik ook nog nooit gedaan, en daarna wil ik tot inkeer komen. Er is zòveel…’
De boktor had nog wat schaamte liggen. Wel ja, dacht hij.
De sabelsprinkhaan wreef zijn voelsprieten over elkaar en zei: ‘Ik ben zeer benieuwd.’
De boktor gaf hem de schaamte. Maar hij was met zijn gedachten bij de vérreikende toeter voor de kikker, en gaf veel te veel.
De sabelsprinkhaan dankte hem, ging naar buiten, werd vuurrood, holde weg, verschool zich achter een boom, stak zijn hoofd daar onder de grond, verscheurde — met zijn hoofd onder de grond — zijn kleren, stikte bijna en vond het verschrikkelijk dat hij de sabelsprinkhaan was.
Hij hoopte vurig dat niemand hem zou zien en vreesde dat de wenkbrauwmotmot langs zou komen en smalend op zijn vuurrode, verfomfaaide lijf zou neerkijken, terwijl zijn hoofd nog onder de grond zat.
‘Ach ja…’ hoorde hij hem al zeggen, ‘een van ons moet de gewoonste zijn… dat hij dat is… tja… in feite ben ik hem nu al vergeten… alleen al die onbeduidende benen… en dat nietszeggende ruggetje… hu…’ En hij zou vlug doorlopen.
Toen het donker werd trok de sabelsprinkhaan zijn hoofd uit de grond en sloop zo onopvallend mogelijk terug naar het huis van de boktor.
Hij klopte op de deur. ‘Boktor, boktor…’zei hij zachtjes, terwijl de zweetdruppels van zijn voorhoofd alle kanten opspatten. ‘Kan ik ook onzichtbaar worden?’
Maar de boktor sliep al.
De sabelsprinkhaan schoof de schaamte onder de deur door en liep het bos in.
Hij rechtte zijn rug en keek fier om zich heen. Niemand zag hem. Die verschrikkelijke wenkbrauwmotmot slaapt natuurlijk al, dacht hij. Die is moe van belachelijkheid. Ik kan er gewoon niet bij hoe belachelijk die is.
Hij liep verfomfaaid, maar zelfingenomen verder. Ik ben weer bijzonder, dacht hij, en wreef zich in zijn voelsprieten.
Maar zijn zelfingenomenheid was zwaar geworden en leek als een steen op zijn rug te liggen, en of hij weer het bijzonderste dier was dat er bestond wist hij niet zeker meer, en hij wist ook niet hoe hij daar achter kon komen.

TOON TELLEGEN

Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat Annie MG Schmidt werd geboren.

video — Stijn op mei 20, 2011 om 01:11

‎”Schaamte is het krachtigste afrodisiacum dat er is.” (JAN WILLEM GEERINCK)

"quotes" — Kaat op april 23, 2011 om 21:46

“De pudeur die wij kennen wat onze vleselijke lusten betreft, is (…) voornamelijk ingegeven door de katholieke kerk. Rouwig ben ik daar niet om, want het is dé verdienste van de joods-christelijke moraal dat ze ons met schaamte heeft opgezadeld. Schaamte is het krachtigste afrodisiacum dat er is.”

(In: De Morgen, zaterdag 23 april 2011, p. 65)‎

JAN WILLEM GEERINCK

Mijn huismonsters

ik heb nog nooit... — Kaat op april 1, 2011 om 00:43

Ik heb nog nooit aan iemand verteld dat ik vroeger bang was van monsters. Ik was namelijk van de overtuiging dat een kind van vier te oud was om bang te zijn van monsters, alleszins dat was zo toen ik zelf vier was. Ik keek op naar de volwassenen in ons huis. In mijn geval was dit alleen mijn moeder, omdat mijn vader de mentale leeftijd van vijf nooit heeft weten te overbruggen. Mijn broers waren de puberteit nog niet gepasseerd en ze rebelleerden tegen alle gezag en tegen alle regels. Min of meer tegen alles waar je tegen rebelleren kan, denk ik. Ik nam gewoon aan dat zij gemeen geboren waren en dat ik moest laten zien dat ik, net zoals zij, nooit bang was. De feiten waren echter helemaal anders.
Ik zal je maar gewoon vertellen dat ik vroeger drie huismonsters had. Als ik er nu op terugkijk is het natuurlijk heel erg normaal dat een klein kind bang is voor monsters maar, zoals ik al eerder zei, toen was ik er echt absoluut beschaamd om dat ik mij liet afschrikken door die drie gemeneriken.
Gelukkig zijn ze niet alle drie op hetzelfde moment in ons huis komen wonen. Onze eerste nieuwe monsterlijke huisgenoot was een pop. Nu kinderen spelen graag met poppen, zou je zo zeggen, maar deze pop was een pop des duivels! Het ding was nog gemaakt door mijn moeder toen zij ongeveer zo’n vijftien jaar oud was. Ze had al haar dagen gespendeerd om het lelijke poppenlijf zo gedetailleerd mogelijk uit haar breinaalden tevoorschijn te toveren. Het gevolg was dat ze helaas geen afstand kon nemen van het lelijke ding en dat ze het, met alle goede bedoelingen, op mijn kamer had gezet, om haar jongste en liefste kleine spruit gezelschap te houden. Helaas vond ik het ding afgrijselijk en werd het al snel verbannen naar het koffertje op de gang. Mijn moeder, verontwaardigd als ze was, haalde het onding echter telkens weer uit zijn geweldige bergplaats vandaan en zette hem dan weer onverbiddelijk aan het einde van mijn bed.
Wat mij nu zo bang maakte aan die pop was dat ze geen handen had. Door gebrek aan tijd was mijn moeder genoodzaakt geweest om haar twee armen aan elkaar vast te maken. Ik was bang dat ze mij zou doodknuffelen in mijn slaap. Ik schaam mij zelfs nu nog om op te moeten biechten dat ik werkelijk geloofde dat een pop tot leven kon komen en mij kon komen doodknuffelen. Tevens voel ik wel plaatsvervangende schaamte voor mijn arme moeder. Gewoon omdat ze vandaag de dag nog steeds ontzettend trots is op het lelijke scharminkel dat zij, met behulp van haar breinaalden, op de wereld heeft geholpen.
Het tweede huismonster woonde onder mijn bed. Hij kwam daar via het tijdschrift waar hij eerst woonde onder mijn lattenbodem terecht dankzij één van mijn lieftallige broertjes. Ik was ongeveer vijf toen mijn jongste broertje mij bij zich riep. Ik kende geen vrees en kwam naast hem zitten bij een verzameling wetenschapstijdschriften die hij in een hoek van de zolder opgestapeld had. Hij liet me de cover van één van de tijdschriften zien. Op de voorkant stond een afgrijselijk lelijk horrormasker, een beetje te vergelijken met de orks uit ‘Lord of the Rings.’ “Nu moet je goed luisteren,” zei mijn broer op mysterieuze fluistertoon. Ik keek hem met grote ogen aan en knikte vol overgave. Met ‘vol overgave’ bedoel ik eerder ‘bijna het hoofd van mijn hals’. “Deze man zit in dit tijdschrift gevangen,” ging mijn broer verder. Ik vond dat op zich niet zo erg want ik vond dat monster maar eng. Nu moet je weten dat mijn broers het geweldig vonden om mij bang te maken. Gewoon omdat ze wisten dat ik mij dan zou schamen. Dan zouden zij het aan mijn mama verklappen en dan zou ik met rode wangen het geklik aanhoren.
Maar ik wijk af. We zaten dus samen nog steeds naar de cover van het tijdschrift te kijken. Ondertussen was ook mijn oudste broer bij ons komen zitten. Twee paar grote ogen keken mij serieus aan. “Zusje,” zei mijn oudste broer met een zware mysterieuze stem, “deze man komt jou deze nacht halen… Als je slaapt.”, Ik weet nog goed dat ik het gevoel had dat al mijn bloed ter plekke was bevroren en dat ik haast moest huilen van angst. Maar omdat ik mij niet wilde onderdoen tegenover mijn grote sterke broers wist ik toch een glimlach tevoorschijn te toveren en met dappere stem te roepen “dat hij me maar komt halen, ik sla hem in elkaar!”
Sindsdien stap ik altijd van op afstand in bed. Zo ongeveer een meter. Als er dan een orkarm onder het bed vandaan komt om me bij de enkels te grijpen en me mee te sleuren naar orkland ben ik normaal niet binnen zijn bereik. Allesins nu stáp ik van op afstand in bed. Vroeger was het meer springen van op afstand. Zo kwam ik in situaties waar mijn moeder mij dan betrapte en me aankeek met haar moederlijke blik van ‘waar ben jij nu mee bezig?’ dan voelde ik het schaamrood al naar mijn wangen kruipen. Ik heb ook nog jarenlang met een nachtlampje geslapen. Dat was ook wel erg beschamend. Want welk kind van twaalf slaapt nu nog met een nachtlampje?
De laatste en derde bewoner, mijn favoriet, is een mummie. Nu moet je weten dat ik acht jaar na mijn jongste broer geboren ben. Toen zij dus de legale leeftijd hadden om horrorfilms te kijken was ik dus nog een echte uk van acht. Goed, dat is al een zekere leeftijd, maar toch is er een film die me altijd is bijgebleven: The mummy. Ik weet nog dat ik zo van slag was van het feit dat hij zijn kaken ontzettend ver van elkaar kon spreiden en dan iemand op kon zuigen. En zo kwam dan uiteindelijk ons derde huismonster ten tonele. Zijn woonplaats was onder de badkuip. Misschien een gek plaatsje voor een mummie, maar ik neem aan dat het daar wel vaak lekker warm was. Hij kon ademen via een verluchtingsgat dat mijn vader had gemaakt om eventuele vochtproblemen tegen te gaan. Nu moet je het jezelf even voorstellen. Onze badkuip was aan de linkerkant van de badkamer. In het midden had je de wastafels en dergelijke en dan rechts in de hoek had je het toilet. Tijdens mijn gezellige toiletbezoekjes hield ik dus altijd angstvallig de badkuip in het oog. Ik ontwikkelde zelfs een aantal zéér beschamende gewoonten. Ik was er zo van overtuigd dat; als ik niet op tijd in de woonkamer was nadat ik had doorgetrokken; de mummie tot leven zou komen en het vel van mijn botten zou komen zuigen. Ik had dus exact tien seconden om me te haasten van de badkamer naar de keuken. Als ik daar dan hijgend en met angstogen de keuken binnenstormde had ik altijd wel een uitleg klaar.
Maar, Saraï zijnde, kan het nog altijd net dàt beetje extremer. Nu ik dit typ ben ik net zo rood als een tomaat die op ontploffen staat. Dit is natuurlijk een beetje overdreven want ik ga niet echt ontploffen, maar je begrijpt waarschijnlijk wel wat ik bedoel.Al die keren dat ik in bad zat, herinner je dat de mummie onder de badkuip lag, was ik er van overtuigd dat hij me kon horen. Als ik dus in morse een bepaalde code zou tikken op de bodem van het bad zou ik de mummie misschien kunnen opwekken. Daarom paste ik altijd heel erg goed op dat ik mijn handen stilhield.
Nu ik verhuisd ben hoef ik me gelukkig niet langer druk te maken over die drie rakkers. In ons nieuwe appartement zit er geen ork onder mijn bed (hoewel de gewoonte om van op afstand in mijn bed te stappen er nog wel steeds is). Er zit ook geen mummie onder de badkuip want ademen zou hij niet kunnen. Dus àls hij er dan al zou zitten dan kan hij zonder zuurstof toch niet tot leven komen. Die pop heb ik ook netjes achtergelaten. Al vrees ik dat na het voorlezen van deze beschamende tekst mijn moeder het ding toch zal willen gaan halen en alsnog hier ergens een plaatsje zal willen geven. Maar ach, nu ben ik zeventien. Schaamte is voor mij héél erg normaal geworden en bang zijn? Dat doet iedereen! Toch?…

LEERLING SPIJKER HOOGSTRATEN

Teasertje…

podium,video — Kaat op maart 21, 2011 om 15:45

Bekentenis

ik heb nog nooit... — Kaat op maart 15, 2011 om 21:57

Ik heb nog nooit iemand verteld dat ik, wanneer ik alleen thuis ben en er zeker van ben dat niemand me ziet, soms wel eens mijn beste zangkwaliteiten durf bovenhalen.
Al van toen ik nog een schattig kleutertje was, zing ik enorm graag – met tientallen cassetteopnames waarop ik en mijn vijf nichtjes de Spice Girls imiteerden als bewijs. ‘Wannabe’! zongen we dan, en dat is inderdaad ook het perfecte woord om onze zangprestaties te beschrijven…
Vroeger was het nogal moeilijk om buiten het zicht van mijn ouders te ‘oefenen’ voor mijn toekomstige zangcarrière: ik moest immers wachten tot mijn favoriete nummer, ik vermoed iets van K3, op de radio zou komen. Dus besloot ik er maar ineens een heuse show van te maken; als schattig kleutertje stond ik er niet bij stil dat dit soms wel eens tot irritatie kon leiden bij mijn huisgenoten, vooral dan mijn kleinere broertje.
Tegenwoordig pak ik het iets subtieler aan. Het idee van een zangcarrière heb ik enkele jaren geleden al laten varen, maar ik kan het nog steeds niet laten om mee te zingen met zowat alle liedjes die ik op de radio hoor. Na 7 jaar muziekacademie weet ik gelukkig wel wanneer ik mijn stem best wat kan dempen. Wanneer ik in gezelschap van andere mensen ben, zal je me niet snel vals horen zingen, aangezien ik mijn eigen zwaktes – en dat zijn er tot mijn grote spijt veel – nogal goed weet in te schatten. Soms ben ik echter helemaal alleen thuis, en dan durf ik me wel eens te laten gaan. Tegenwoordig gaat dat net iets makkelijker dan vroeger, omdat er nu zoiets bestaat als Youtube. Gewoon ‘karaoke’ intypen en je bent voor een paar uur vertrokken. Zalig.
Wat een nóg zaliger gevoel geeft, is zingen in het ‘semiopenbaar’ zoals ik het noem. Daarmee bedoel ik dat je zingt in de open lucht, maar er toch op let dat niemand je hoort. In de praktijk: zingen op de fiets. Ik ben zelf een gevorderde semiopenbaar zangeres, dat dacht ik toch tot ik enkele weken geleden geconfronteerd werd met het enige risico van het vak: betrapt worden.
Omdat toen het weer het nog toeliet, besloot ik met de fiets naar de voetbaltraining te rijden. Met de oortjes van mijn iPod in mijn oren, begon ik aan de 7 kilometerlange tocht. Al snel was ik mee aan het zingen met één van de 879 liedjes, er ondertussen op lettend dat niemand zich in een straal van vijftig meter rond mij bevond. De hele weg was leeg, er was zelfs geen auto in de verste verte te bespeuren. Net wanneer ik op het hoogtepunt van het nummer – ‘And Yooooooooouuuuuuuuuuu, your sex is on fire!’ – ben aanbeland, kijk ik opzij en merk ik een vrouw op die in haar tuin staat te werken. Ze kan haar lach onmogelijk inhouden, en eerlijk gezegd verbaast me dat niks. Het feit dat ik ook al in volledige voetbaloutfit, inclusief voetbalshortje, scheenbeschermers en kniesokken, op de fiets zat, zal mijn verschijning hoogstwaarschijnlijk nog extra speciaal gemaakt hebben. Een fietsend, niet-zuiver zingend meisje in complete voetbaluitrusting, nee, dat kom je niet elke dag tegen.
Toch laat ik me door dit voorval niet kisten, integendeel, ik verheug me er al op dat ik in april eindelijk alleen in de auto mag zitten!

Een regelmatig fietsende, niet-zuiver zingende, voetballende Studio Brusselfan

LEERLING SPIJKER HOOGSTRATEN

Barbie-leed

ik heb nog nooit... — Kaat op maart 15, 2011 om 21:53

Ik heb nog nooit iemand verteld dat ik de Barbie van een vroeger klasgenootje heb onthoofd. Bovendien was het niet zomaar een Barbie, nee, het was haar lievelingsbarbie. Glanzende blonde haren en een prachtige avondjurk had ze. Wat er toen gebeurde, zal ik nooit vergeten.
Vroeger was het voor mij nog niet aan de orde mijn woensdagnamiddagen te spenderen aan wiskundeoefeningen en andere tijdverspillers. Het gebeurde dus wel eens dat ik inging op de uitnodiging van een klasgenootje om samen te spelen, zo ook die ene bewuste dag.
Na het welbekende ongemakkelijke eerste kwartier, kwamen we al snel terecht in de boeiende leefwereld van Barbie en co. Na een paar kledingswijzigingen en kapselveranderingen, van Barbie uiteraard, vond mijn vriendinnetje dat het tijd was voor een plaspauze. Zij verdween dus naar het kleine kamertje, terwijl ik naarstig verder speelde.
Tijdens het spelen ontdekte ik plotseling dat je de benen van een Barbie kan plooien. Aangezien ik thuis niet zo’n poppen in mijn bezit had, was dit voor mij een hele nieuwe ervaring. Nadat ik een tijdje de soepelheid van Barbies ledematen had getest, viel mijn oog op het lange blonde haar. Als zij haar benen in zo’n onnatuurlijke hoek kan buigen, moet haar hoofd dat ook kunnen, dacht ik zo. Links, rechts, links, rechts. Het ging een beetje stroef, maar ik zag er geen graten in. Boven, onder, boven,… Plotseling zat ik daar, het blonde haar golvend over mijn handpalm. Grote paniek. Na enkele verwoede pogingen het lichaam terug een hoofd te geven, gaf ik het op. Dan maar over naar plan B: Barbie in speelgoedbak, hoofd ernaast. Voetstappen op de gang. Nieuwe opwelling van paniek. Hoofd in jaszak, lichaam in speelgoedbak. Net op tijd.
Waar ik me nog altijd over verbaas is dat mijn vriendinnetje mijn vuurrode hoofd niet opmerkte. Gezellig speelden we verder, niets aan de hand. Een hele dag van Kens leven verstreek, zonder dat hij merkte dat zijn geliefde niet meer onder de levenden was. Net op het moment dat mijn hart weer zijn normale ritme had bereikt, haalde hij het echter in zijn hoofd een ritje te maken met zijn mooie roze sportauto. Enige probleem: de auto had twee zeteltjes. Geen betere medepassagier te bedenken dan die ene Barbie met dat lange haar dat zo mooi wappert in de wind. Een paar graaien in de speelgoedbak later kwam Barbie tevoorschijn, een groot gapend gat op de plaats waar haar hoofd hoorde te zitten. Mijn vriendin slaakte een jammerkreet. Ik opnieuw in paniek omdat ik niet wist wat ik moest doen. Mijn acteercapaciteiten stonden toen namelijk nog op een laag pitje. Ik jammerde dus maar wat mee. Haar moeder had blijkbaar geen last van gehoorschade, want binnen de twee tellen stond ze al bij in de kamer. “We vinden haar hoofd wel terug, schatje,” klonken de troostende woorden van moeder. Niet dus, haar hoofd bevond zich namelijk op een plaats waar het niet hoorde te zijn. Best een lugubere gedachte, rondlopen met een hoofd in je jaszak. “Ach, we zoeken straks wel verder, speel jij nu maar lekker door.” Uiteraard kwam er van lekker spelen niets meer in huis. De sfeer was voorgoed verpest en dat was mijn schuld. Wat een onschuldige namiddag spelen had moeten zijn, ontaardde in een drama.
Het geluid van de deurbel weerklonk door het huis, oef, gered! De rit naar huis kon me niet snel genoeg gaan. Pas in de vertrouwde omgeving van mijn slaapkamer, durfde ik het hoofd tevoorschijn te halen. Beschaamd borg ik het op in de lade van mijn nachtkastje. Dagenlang werd ik geteisterd door nachtmerries met in de hoofdrol het Barbie-hoofd, wat mijn schuldgevoel alleen maar aanwakkerde. Sinds die bewuste dag kan ik niets meer uit de lade van mijn nachtkastje nemen zonder de glazige blik van die ellendige pop voor me te zien.
Ik heb het nooit over mijn hart gekregen alles op te biechten, net zo min ik het ooit over mijn hart heb gekregen het hoofd toe te wijzen aan de vuilnisbak. De gebeurtenis heeft me namelijk een wijze les geleerd die ik al mijn nabestaanden wil meegeven: Barbie-hoofden zijn niet flexibel!

LEERLING SPIJKER HOOGSTRATEN

Een man dacht dat hij vrij was

tekst — Stijn op februari 15, 2011 om 20:43

Een man dacht dat hij vrij was
en een engel sloeg hem neer

de man zei dat hij vrij was
en weer sloeg de engel hem neer

de man zei opnieuw dat hij vrij was
en opnieuw sloeg de engel hem neer

toen schreeuwde de man dat hij vrij was,
dat hij altijd vrij was, dat hij nooit iets anders dan vrij zou zijn,
maar de engel sloeg hem tot bloedens toe neer

en schaamte en vergeefse moeite woeien op
en verspreidden zich als stof
over de grijze aarde

en de man stamelde dat hij vrij was,
dat hij dacht dat hij vrij was

en de engel vloog weg.

TOON TELLEGEN

Impasse

tekst — Kaat op februari 11, 2011 om 03:42

Wij stonden in de keuken, zij en ik
Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag
wachtte ik het onbewaakte ogenblik.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,
en de kans hebbend die ik hebben wou
dat zij onvoorbereid antwoorden zou
vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf?

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
naar de glycine van het tuimelraam.

Dan antwoordt zij, terwijl zij langzaamaan
druppelend water op de koffie giet
en zich de geur verbreidt: ik weet het niet.

MARTINUS NIJHOFF

Schaamtefilmpje

video — Sofie op februari 3, 2011 om 00:41

SOFIE & KATRIEN RUTS

zakkenrollers

beeld — Upper 8-P op januari 31, 2011 om 14:32
Zakkenrollers

Zich moeten schamen! En het toch niet doen...

Dromen

ik heb nog nooit... — Kaat op januari 13, 2011 om 00:19

Ik heb nog nooit iemand verteld dat ik een echte dromer ben. Ik droom over de sterren, over verre ruimtereizen. Ik droom van elfjes die de bloemen schilderen, ze geven elk een andere kleur. Ik droom over mijn prins die komt aanrijden op zijn wit paard. Of over snoepjes, zo groot als een huis! Wanneer ik begin te dromen, slaat mijn fantasie op hol. Ik creëer mijn eigen wereld. In mijn fantastisch rijk bepaal ik wat er zal gebeuren en wie er welkom is. Er gebeuren de meest wonderbaarlijke dingen. Maar, ik heb het nog nooit iemand verteld. Ik ben immers te oud voor elfjes, feeën en prinsessen.
Toch denk ik soms: mag een 16-jarig meisje niet meer dromen?

LOTTE DE LOCHT

Op kamp

uit de vergeetput — anoniem op januari 13, 2011 om 00:13

Ik was afgelopen zomervakantie op kamp en we hadden een spel. Het was de bedoeling dat de jongens zich verkleedden als meisjes en andersom, wat als resultaat gaf dat alle jongens in een kleedje rondliepen, sommigen zelfs op hakken, en dat de meisjes kleren hadden geleend van de jongens en wat onbeleefd deden. De vriendin met wie ik op kamp was, ging toen wijdbeens op de bank zitten, haar hand in haar broek en deed alsof ze een man was, wat nog wel meeviel, dat was wel grappig voor een moment. Maar terwijl ze dat deed, was ze heel de tijd aan het roepen in plaats van gewoon te praten en echt belachelijke dingen aan het zeggen. Ik zat toen naast haar en zag dat iedereen van onze leefgroep rare blikken wierp op haar, maar zij had dit zelf niet door. Omdat we nog niet lang op kamp waren, kende iedereen haar als mijn vriendin, maar op dat moment schaamde ik mij dood voor haar, want ze overdreef echt. Ik heb haar toen gezegd dat iedereen nu wel door had dat ze een ‘man’ was, maar ze wist van geen ophouden. Daar zat ik dan, rood als een tomaat, en ik kon haar niet stoppen. Ik ben dan uiteindelijk maar wat verder weg gaan zitten, omdat ik me te erg schaamde.

UIT DE VERGEETPUT

24 rollen

tekst — Kaat op januari 8, 2011 om 17:12

Het ergste is als ik wc-papier moet
halen dat in de reclame is, want
dat verkopen ze met vierentwintig
rollen samen in doorzichtig plastic,

zodat iedereen op straat ziet wat het
is en denkt: nou zeg, dàt kind gaat
prinsheerlijk zitten poepen! Terwijl
ik nòòit zelf toiletpapier zou kopen

als het niet van mama moest. Ik kijk
naar de grond; ik kan toch niet tegen
iedereen op straat roepen: ’t is voor
mijn moeder! Het is voor mijn moeder!

TED VAN LIESHOUT

Cartoon

beeld — Kaat op januari 4, 2011 om 15:38

GUUR

Glad

uit de vergeetput — anoniem op januari 2, 2011 om 00:57

Ik liep in een straat met veel volk aan de overkant, zij waren op de bus aan het wachten, ik viel niet op, maar aan mijn kant van de straat stonden nog wat mensen, en ja, het was glad, ik schoof uit en ik stond voor schut!!!

UIT DE VERGEETPUT

Verlegen

audio,video — Stijn op december 19, 2010 om 11:16

BRAM VERMEULEN

« Vorige paginaVolgende pagina »
© 2017 | SCHAAMTE.BE | Kaat Haest