Moeders moeten niet hun kinderen mee de stad in
nemen en dan achterlijk doen. Vooral niet in drukke
winkelstraten, waar iedereen loopt die de tijd heeft
om rond te kijken. Moeders moeten buiten niet te
hardop praten. En als moeders merken dat hun arme
kinderen zich doodschamen en een paar passen
inhouden om er niet bij te horen, moeten ze niet
expres gaan huppelen zodat echt iederéén ziet dat
ze aanstelsters zijn die hun kinderen voor de lol
voor schut zetten. Moeders moeten zeker niet zingen
midden in de stad als ze begrijpen kunnen dat hun
kinderen wel door de grond zouden willen zakken.
O, moeders hoeven zich niet te verstoppen in stilte,
maar eigenlijk liever wel, als een kind enkel nieuwe
schoenen moet en die moeder naar buiten mag
achteraf weet ik
wat ik had willen zeggen
precies wat ik had moeten doen
grijp ik alle kansen
eindigt ons gesprek
niet in spraakgebrek
als jij weg bent durf ik pas
tegen je te dansen
maak ik fijne grappen
duw de anderen opzij
vind ik eindelijk de woorden
die veel vroeger hoorden
zie ik jou jij mij
Het gevoel is verder schalks en schaamteloos,
maar toch gaan eerst lakens en dekens erover
en het donker. En de deur moet dicht. Ook het gordijn.
Met mijn ogen gesloten is het mezelf zijn de zekere
zevende zijde van mijn kamer, vloer en plafond
verwisselbaar. En in het diepste geheim, maar blij
om wat het betekent (dat ik voortaan kinderen kan krijgen),
ben ik de enige in de wereld die zijn eerste natte droom
is voor geweest, al schrok ik toch – maar ik heb erop geoefend.
Ik daal traag de trap af. In stilte ruist het applaus en bij
de aanraking van mijn voeten lichten de treden op. Ik hoef verder
geen geroffel op de trom of fanfare. Ze hebben hun slaap nodig,
denk ik met plotseling verstand. Wél trek ik door, expres.
De stortbak juicht me toe. Maar het is onzin om te buigen.
Overdreven. Zie deze man die zonder ophef deze trap op schrijdt.
> Stel je voor dat Bobby McFerrin zijn micro in jouw broek had gestoken – hoe zou je reageren? Vind je het spannend of haak je af als iemand jou tijdens een voorstelling uit het publiek pikt?
> Op welke momenten zou je liever onzichtbaar willen zijn? En wanneer zou je graag in een opvallend fluorescerend pakje willen rondlopen?
>> In ‘Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’ (J.S. Foer) vindt het hoofdpersonage Oskar een onzichtbare slaapzak uit waarin hij zichzelf kan verstoppen als hij er even niet wil zijn. Bedenk zelf een uitvinding die je onzichtbaar kan maken als je daar nood aan hebt…
Dames en heren, vlees is het mooiste.
Huid is donzig, lippen zijn gretig,
maar het beminnelijkste is het binnenste:
een nier, een maag of een uier,
zedig aan een slagershaak
nabij een slagersvrouw met borsten.
Nee, lieve mensen, bloemen: nee.
Bloemen zijn zo zelden goed
in janken, in gillen of zoenen.
En overzacht verteren zij hun spijzen,
waarna gedistingeerde veesten
uit darmen van zijde.
Vlees is mooier. Longen bijvoorbeeld.
Zoals die kunnen hangen
in een pas geslachte zeug:
verwoeste engelen vol lucht.
Dames en heren, omdat u zelf
voornamelijk uit vlees bestaat,
ben ik geneigd tot intimeit.
Kom, trekt u eens uw kleren uit,
daarna uw huid. Er balkt in elk van ons
een ezel van je welste.
Je hebt daar overal van die hoge bomen vol vogels.
Er viel een vogelstront recht op mijn hoofd.
Een hele natte, met zwart, wit en groen.
Het stonk heel erg en ik schaamde mij dood.
Ik ben mijn haar gaan wassen met handzeep in de toiletten, maar de schaamte kreeg ik er niet uit.