Ik heb nog nooit iemand verteld dat ik een echte dromer ben. Ik droom over de sterren, over verre ruimtereizen. Ik droom van elfjes die de bloemen schilderen, ze geven elk een andere kleur. Ik droom over mijn prins die komt aanrijden op zijn wit paard. Of over snoepjes, zo groot als een huis! Wanneer ik begin te dromen, slaat mijn fantasie op hol. Ik creëer mijn eigen wereld. In mijn fantastisch rijk bepaal ik wat er zal gebeuren en wie er welkom is. Er gebeuren de meest wonderbaarlijke dingen. Maar, ik heb het nog nooit iemand verteld. Ik ben immers te oud voor elfjes, feeën en prinsessen.
Toch denk ik soms: mag een 16-jarig meisje niet meer dromen?
LOTTE DE LOCHT
Het gevoel is verder schalks en schaamteloos,
maar toch gaan eerst lakens en dekens erover
en het donker. En de deur moet dicht. Ook het gordijn.
Met mijn ogen gesloten is het mezelf zijn de zekere
zevende zijde van mijn kamer, vloer en plafond
verwisselbaar. En in het diepste geheim, maar blij
om wat het betekent (dat ik voortaan kinderen kan krijgen),
ben ik de enige in de wereld die zijn eerste natte droom
is voor geweest, al schrok ik toch – maar ik heb erop geoefend.
Ik daal traag de trap af. In stilte ruist het applaus en bij
de aanraking van mijn voeten lichten de treden op. Ik hoef verder
geen geroffel op de trom of fanfare. Ze hebben hun slaap nodig,
denk ik met plotseling verstand. Wél trek ik door, expres.
De stortbak juicht me toe. Maar het is onzin om te buigen.
Overdreven. Zie deze man die zonder ophef deze trap op schrijdt.
TED VAN LIESHOUT