Heel vroeger:
1. Weglopen, maar weten dat je over een kwartier weer op de stoep staat.
Ik zat op de stoep, voor mijn huis. Ik had mijn koffer ingepakt, die groter was dan ik.
De koffer stond naast me.
De buurvrouw kwam thuis, en zei ‘Dag kind, hebben ze je er weer uitgeflikkerd’.
Ik schaamde me voor twee dingen:
-Dat ik iemand was die ze er uit zouden flikkeren,
-dat mijn ouders mensen waren, die een zevenjarig kind op straat zouden zetten.
Vroeger:
1. Gebrek aan talent, op verschillende vlakken.
Ik had een groot rekendefect op school.
Ik stal alle antwoordboekjes aan het begin van het jaar, en maakte kopies.
De enige kopieën die ik in mijn leven maakte, en nooit kwijt raakte.
Men dacht dat ik een wonderkind was.
Eenzaam ging ik naar huis.
2. Mijn gulzigheid.
Mijn vriendinnen trokken het goed, om na schooltijd, maar 1 snoepje te nemen.
Ik nam ook altijd een eenheid, maar dan wel 1 zak,
dus stal ik snoepjes bij mijn vriendinnen, als ze niet keken.
Eigenlijk schaam ik me hier niet voor. Ik ben een goede dief.
Iets minder vroeger:
1. Niet weten hoe je met iemand naar bed moet gaan.
Ik zei tegen mijn eerste vriendje, dat ik mijn moeder had beloofd dat ik haar zou bellen, als hij een poging zou doen mijn kleren uit te doen.
Hij moest hard lachen, en deed toch mijn trui uit.
Ik had toen nog weinig borsten, iets waar ik mij ook voor schaamde,
en toen zei ik: heb je al die moeite voor niks gedaan. Ik draag nog hemden.
Ik schaamde mij, dat ik niet zo cool was als de meisjes die het niet erg vonden dat ze nog geen borsten hadden.
2. Gebrek aan vrienden
Ik had in mijn klas weinig vrienden.
Ik verzon mensen, die ‘liefs’ met een dikke stift op mijn etui schreven.
“Hannah” was er een van.
3. Niet toegeven dat je gewoon niet rookt
Ik had twee vrienden op de middelbare school, die rookten.
Ik wilde niet roken, en zei dat ik een groot geheim had, waardoor ik niet mocht roken.
Toegeven dat ik gewoon niet rookte, had ik niet aan gedacht.
Ik schaam mij hier diep voor.
Nu:
1. Schaamte voor mijn schaamte
Schaamte vind ik niet erg. Mooi wel zelfs.
Maar ik schaam mij vaak om mijn schaamte, en dat vind ik bijna ondraaglijk.
Omdat ik kennelijk niet kan toegeven, dat er dingen zijn waar ik mij voor schaam.
Dat ik zo iemand ben.
En dat ik niet ben als Pippi Langkous.
Die schaamte om schaamte wil ik ook altijd verbergen, omdat Pippi Langkous zich nooit zou schamen voor haar schaamte.
REBEKKA DE WIT