Schaamde me dood
We gingen naar zee. Mijn oma klom op de keien,
die zwarte, die een mijl in het water steken.
Wij op het strand zagen haar, armen wijd,
dun knotje los, zwarte winterjas open,
glibber glibber over wier en algen lopen,
hoorden haar de ergste woorden schreeuwen,
schuddend met haar vuisten naar de bleke,
schichtig achteruit vliegende meeuwen.
Op het eind (we hadden stijve monden, konden
geen voet verroeren) draaide ze toch nog om.
Je moet, zei mijn vader, bij grootouders altijd even
denken: hoelang hebben ze nog te beven.
EVA GERLACH
