De helaasheid der dingen

tekst — Kaat op november 30, 2010 om 14:03

“Mijn vader zat altijd met de deur wagenwijd open te schijten. Zijn humus stonk buitenaards naar jarige kaas en vaak stond hij in zijn blote klokken in de gang, op twee meter van de pot, zodat ik niet kon doen alsof ik hem niet hoorde, en riep hij me hem een nieuwe rol toiletpapier of het andere stuk van de krant te bezorgen. Jaren was het zo gegaan, en het systeem werkte uitstekend: mijn vader kreeg zijn rol toiletpapier en zijn stuk krant altijd meteen. Maar nu Sylvie, mijn Brusselse nichtje, erop keek, leken wij ons opeens te willen verontschuldigen voor onszelf. We schaamden ons omdat we ’s ochtends krabbend en schartend in onze onderbroek de trap afdaalden. We schaamden ons omdat we voor televisie lagen te paffen met onze zweetvoeten op tafel. We schaamden ons om de kilo’s rauw gehakt die we aten voor de goedkoop en het gemak, en omdat we met onze blote hand in dat gehakt grepen en het goedje zo in onze mond staken en doorspoelden met koude koffie die ergens nog in een mok van gisteren was blijven staan. We schaamden ons om de wormen die we van het gehakt kregen en waartegen wij niets ondernamen. We schaamden ons om onze scheten die we lieten als kapelmeesters, de boeren die we vrije doorgang lieten. We schaamden ons om onze vloeken om niets, om het schaamhaar dat we ruifden boven de plee, om onze teennagels die we manueel korter scheurden en die vervolgens maanden bleven liggen op de mat. We schaamden ons om de sigaretten waarmee we in slaap vielen in de zetel, onze nicotinebruine tanden, onze bierlucht. We schaamden ons om de sletjes die mijn grootmoeder onaangekondigd aantrof bij het ontbijt en aan wie ze steeds opnieuw de naam moest vragen. We schaamden ons om onze dronken gezangen, onze smerige taal, ons braaksel en de steeds frequentere bezoeken van politie en deurwaarder. We schaamden ons, maar we deden er niets aan. ” (p.13-14)

DIMITRI VERHULST

Appelboom

uit de vergeetput — anoniem op april 6, 2010 om 11:25

Vroeger stonden er in onze tuin veel fruitbomen. Als kind hielp ik altijd bij het plukken. Ik had geen last van hoogtevrees, dus ik klom vlot tot in de bovenste takken.
Op een keer zat ik hoog de appelboom, en ik moest dringend plassen. Ik had geen zin om mij naar beneden te laten zakken, want ik wilde nog een paar takken plukken.
Ophouden kon niet meer, dus ik deed het vanuit de kruin.
Ik had alleen niet gezien dat mijn moeder beneden bij de boom stond.
Net op het plekje waar mijn straaltje terechtkwam…

UIT DE VERGEETPUT

My left foot

video — Kaat op maart 22, 2010 om 22:04

Christy Brown wordt geboren in een groot Iers gezin van 13 kinderen. Hij is van bij zijn geboorte helemaal verlamd en wordt door bijna iedereen afgeschreven als hulpeloos en achterlijk. Zijn ouders beslissen om hem thuis te verzorgen. Het enige wat Christy zelf kan controleren, is zijn linkervoet. Zijn leven verandert dan ook wanneer hij met zijn voet en een stukje krijt een teken schrijft op de grond. Dit is voor mama Brown het bewijs van haar zoons intelligentie. Dankzij de moed en vele inspanningen van Christy leert hij schrijven met zijn voet en dit is de start van zijn emotionele reis als auteur, artiest en dichter.

Daniel Day-Lewis ging nogal ver om zich in de rol in te leven. Hij kwam elke dag in een rolstoel naar de set, liet zich met een lepel voeden door de technische ploeg en weigerde tot de laatste dag om ‘normaal’ te praten.

Day-Lewis over zijn personage: “In het echte leven was Christy Brown wellicht de allereerste rolstoelguerrillero. Hij gebruikte zijn haast demonische gevoel voor humor en zijn guiterij om de vooroordelen over mensen met een handicap onderuit te halen. Dát was zijn grootste frustratie: niet zijn verlamming, maar de houding van de buitenwereld tegenover mensen in zijn situatie.”

Op de vraag of hij veel geleden heeft voor deze rol, antwoordt Day-Lewis: “Ja, maar ondanks mijn inzet, mijn nobele bedoelingen en mijn begrip voor het onderwerp vraag ik me nog altijd af met welk recht ik die rol heb aangenomen: er zijn zover gehandicapte acteurs die Christy uitstekend hadden kunnen vertolken. Eigenlijk ben ik een dikke hypocriet.”

(citaten uit Humo 3598, p. 70)

Pudor

tekst,video — Kaat op maart 22, 2010 om 11:50

Alfredo heeft nog zes maanden te leven, maar hij vindt geen geschikt moment om het zijn familie te vertellen. Zijn moeder is net gestorven, zijn bejaarde vader ontmoet een nieuwe liefde en sluit zich op in het verzorgingstehuis waar zij woont, zijn vrouw ontvangt liefdesbriefjes van een geheime minnaar, zijn tienerdochter neemt wraak op haar beste vriendin en zijn zoon ziet geesten. En tot overmaat van ramp is de kat er ook nog eens vandoor. Alfredo zoekt troost bij zijn secretaresse, zonder de gevolgen te overzien…

Gescheiden

uit de vergeetput — anoniem op maart 14, 2010 om 22:52

Ik ben achtendertig, papa van drie kinderen, en single.
Ik vind het verschrikkelijk om bij de categorie van de gescheiden mensen te horen, en toch heb ik twee jaar geleden zélf de eerste stap gezet.
Ik schaam me tegenover mijn vrienden, mijn familie, en vooral mijn kinderen. Wat voor vader ben je als je zoiets doet? Waarom maak ik het hen zo moeilijk? Waarom neem ik hen hun warme thuis af?
Ik voel me leeg, gebroken, kapot.
Ik heb mijn kinderen aan hun lot overgelaten, omdat ik diep ongelukkig was bij hun moeder. Ik heb gekozen voor een ander leven, en mijn kinderen konden niet anders dan zich erbij neerleggen.
Vroeger kwam ik vol zelfvertrouwen buiten. Nu betrap ik mezelf erop dat mijn kin tegen mijn borst plakt als ik de voordeur uit ga.

UIT DE VERGEETPUT

Schaamtelijstje

schaamteverhaaltjes — Rebekka op februari 2, 2010 om 10:04

Heel vroeger:

1. Weglopen, maar weten dat je over een kwartier weer op de stoep staat.
Ik zat op de stoep, voor mijn huis. Ik had mijn koffer ingepakt, die groter was dan ik.
De koffer stond naast me.
De buurvrouw kwam thuis, en zei ‘Dag kind, hebben ze je er weer uitgeflikkerd’.
Ik schaamde me voor twee dingen:
-Dat ik iemand was die ze er uit zouden flikkeren,
-dat mijn ouders mensen waren, die een zevenjarig kind op straat zouden zetten.

Vroeger:

1. Gebrek aan talent, op verschillende vlakken.
Ik had een groot rekendefect op school.
Ik stal alle antwoordboekjes aan het begin van het jaar, en maakte kopies.
De enige kopieën die ik in mijn leven maakte, en nooit kwijt raakte.
Men dacht dat ik een wonderkind was.
Eenzaam ging ik naar huis.

2. Mijn gulzigheid.
Mijn vriendinnen trokken het goed, om na schooltijd, maar 1 snoepje te nemen.
Ik nam ook altijd een eenheid, maar dan wel 1 zak,
dus stal ik snoepjes bij mijn vriendinnen, als ze niet keken.
Eigenlijk schaam ik me hier niet voor. Ik ben een goede dief.

Iets minder vroeger:

1. Niet weten hoe je met iemand naar bed moet gaan.
Ik zei tegen mijn eerste vriendje, dat ik mijn moeder had beloofd dat ik haar zou bellen, als hij een poging zou doen mijn kleren uit te doen.
Hij moest hard lachen, en deed toch mijn trui uit.
Ik had toen nog weinig borsten, iets waar ik mij ook voor schaamde,
en toen zei ik: heb je al die moeite voor niks gedaan. Ik draag nog hemden.
Ik schaamde mij, dat ik niet zo cool was als de meisjes die het niet erg vonden dat ze nog geen borsten hadden.

2. Gebrek aan vrienden
Ik had in mijn klas weinig vrienden.
Ik verzon mensen, die ‘liefs’ met een dikke stift op mijn etui schreven.
“Hannah” was er een van.

3. Niet toegeven dat je gewoon niet rookt
Ik had twee vrienden op de middelbare school, die rookten.
Ik wilde niet roken, en zei dat ik een groot geheim had, waardoor ik niet mocht roken.
Toegeven dat ik gewoon niet rookte, had ik niet aan gedacht.
Ik schaam mij hier diep voor.

Nu:

1.  Schaamte voor mijn schaamte
Schaamte vind ik niet erg. Mooi wel zelfs.
Maar ik schaam mij vaak om mijn schaamte, en dat vind ik bijna ondraaglijk.
Omdat ik kennelijk niet kan toegeven, dat er dingen zijn waar ik mij voor schaam.
Dat ik zo iemand ben.
En dat ik niet ben als Pippi Langkous.
Die schaamte om schaamte wil ik ook altijd verbergen, omdat Pippi Langkous zich nooit zou schamen voor haar schaamte.

REBEKKA DE WIT

“Men moet zo leven dat men zich niet zou schamen de familiepapegaai aan de ergste roddelaar van de stad te verkopen.” (WILL ROGERS)

"quotes" — Kaat op januari 28, 2010 om 23:53
© 2017 | SCHAAMTE.BE | Kaat Haest