Barbie-leed

ik heb nog nooit... — Kaat op maart 15, 2011 om 21:53

Ik heb nog nooit iemand verteld dat ik de Barbie van een vroeger klasgenootje heb onthoofd. Bovendien was het niet zomaar een Barbie, nee, het was haar lievelingsbarbie. Glanzende blonde haren en een prachtige avondjurk had ze. Wat er toen gebeurde, zal ik nooit vergeten.
Vroeger was het voor mij nog niet aan de orde mijn woensdagnamiddagen te spenderen aan wiskundeoefeningen en andere tijdverspillers. Het gebeurde dus wel eens dat ik inging op de uitnodiging van een klasgenootje om samen te spelen, zo ook die ene bewuste dag.
Na het welbekende ongemakkelijke eerste kwartier, kwamen we al snel terecht in de boeiende leefwereld van Barbie en co. Na een paar kledingswijzigingen en kapselveranderingen, van Barbie uiteraard, vond mijn vriendinnetje dat het tijd was voor een plaspauze. Zij verdween dus naar het kleine kamertje, terwijl ik naarstig verder speelde.
Tijdens het spelen ontdekte ik plotseling dat je de benen van een Barbie kan plooien. Aangezien ik thuis niet zo’n poppen in mijn bezit had, was dit voor mij een hele nieuwe ervaring. Nadat ik een tijdje de soepelheid van Barbies ledematen had getest, viel mijn oog op het lange blonde haar. Als zij haar benen in zo’n onnatuurlijke hoek kan buigen, moet haar hoofd dat ook kunnen, dacht ik zo. Links, rechts, links, rechts. Het ging een beetje stroef, maar ik zag er geen graten in. Boven, onder, boven,… Plotseling zat ik daar, het blonde haar golvend over mijn handpalm. Grote paniek. Na enkele verwoede pogingen het lichaam terug een hoofd te geven, gaf ik het op. Dan maar over naar plan B: Barbie in speelgoedbak, hoofd ernaast. Voetstappen op de gang. Nieuwe opwelling van paniek. Hoofd in jaszak, lichaam in speelgoedbak. Net op tijd.
Waar ik me nog altijd over verbaas is dat mijn vriendinnetje mijn vuurrode hoofd niet opmerkte. Gezellig speelden we verder, niets aan de hand. Een hele dag van Kens leven verstreek, zonder dat hij merkte dat zijn geliefde niet meer onder de levenden was. Net op het moment dat mijn hart weer zijn normale ritme had bereikt, haalde hij het echter in zijn hoofd een ritje te maken met zijn mooie roze sportauto. Enige probleem: de auto had twee zeteltjes. Geen betere medepassagier te bedenken dan die ene Barbie met dat lange haar dat zo mooi wappert in de wind. Een paar graaien in de speelgoedbak later kwam Barbie tevoorschijn, een groot gapend gat op de plaats waar haar hoofd hoorde te zitten. Mijn vriendin slaakte een jammerkreet. Ik opnieuw in paniek omdat ik niet wist wat ik moest doen. Mijn acteercapaciteiten stonden toen namelijk nog op een laag pitje. Ik jammerde dus maar wat mee. Haar moeder had blijkbaar geen last van gehoorschade, want binnen de twee tellen stond ze al bij in de kamer. “We vinden haar hoofd wel terug, schatje,” klonken de troostende woorden van moeder. Niet dus, haar hoofd bevond zich namelijk op een plaats waar het niet hoorde te zijn. Best een lugubere gedachte, rondlopen met een hoofd in je jaszak. “Ach, we zoeken straks wel verder, speel jij nu maar lekker door.” Uiteraard kwam er van lekker spelen niets meer in huis. De sfeer was voorgoed verpest en dat was mijn schuld. Wat een onschuldige namiddag spelen had moeten zijn, ontaardde in een drama.
Het geluid van de deurbel weerklonk door het huis, oef, gered! De rit naar huis kon me niet snel genoeg gaan. Pas in de vertrouwde omgeving van mijn slaapkamer, durfde ik het hoofd tevoorschijn te halen. Beschaamd borg ik het op in de lade van mijn nachtkastje. Dagenlang werd ik geteisterd door nachtmerries met in de hoofdrol het Barbie-hoofd, wat mijn schuldgevoel alleen maar aanwakkerde. Sinds die bewuste dag kan ik niets meer uit de lade van mijn nachtkastje nemen zonder de glazige blik van die ellendige pop voor me te zien.
Ik heb het nooit over mijn hart gekregen alles op te biechten, net zo min ik het ooit over mijn hart heb gekregen het hoofd toe te wijzen aan de vuilnisbak. De gebeurtenis heeft me namelijk een wijze les geleerd die ik al mijn nabestaanden wil meegeven: Barbie-hoofden zijn niet flexibel!

LEERLING SPIJKER HOOGSTRATEN

Op kamp

uit de vergeetput — anoniem op januari 13, 2011 om 00:13

Ik was afgelopen zomervakantie op kamp en we hadden een spel. Het was de bedoeling dat de jongens zich verkleedden als meisjes en andersom, wat als resultaat gaf dat alle jongens in een kleedje rondliepen, sommigen zelfs op hakken, en dat de meisjes kleren hadden geleend van de jongens en wat onbeleefd deden. De vriendin met wie ik op kamp was, ging toen wijdbeens op de bank zitten, haar hand in haar broek en deed alsof ze een man was, wat nog wel meeviel, dat was wel grappig voor een moment. Maar terwijl ze dat deed, was ze heel de tijd aan het roepen in plaats van gewoon te praten en echt belachelijke dingen aan het zeggen. Ik zat toen naast haar en zag dat iedereen van onze leefgroep rare blikken wierp op haar, maar zij had dit zelf niet door. Omdat we nog niet lang op kamp waren, kende iedereen haar als mijn vriendin, maar op dat moment schaamde ik mij dood voor haar, want ze overdreef echt. Ik heb haar toen gezegd dat iedereen nu wel door had dat ze een ‘man’ was, maar ze wist van geen ophouden. Daar zat ik dan, rood als een tomaat, en ik kon haar niet stoppen. Ik ben dan uiteindelijk maar wat verder weg gaan zitten, omdat ik me te erg schaamde.

UIT DE VERGEETPUT

Schaamtelijstje

schaamteverhaaltjes — Rebekka op februari 2, 2010 om 10:04

Heel vroeger:

1. Weglopen, maar weten dat je over een kwartier weer op de stoep staat.
Ik zat op de stoep, voor mijn huis. Ik had mijn koffer ingepakt, die groter was dan ik.
De koffer stond naast me.
De buurvrouw kwam thuis, en zei ‘Dag kind, hebben ze je er weer uitgeflikkerd’.
Ik schaamde me voor twee dingen:
-Dat ik iemand was die ze er uit zouden flikkeren,
-dat mijn ouders mensen waren, die een zevenjarig kind op straat zouden zetten.

Vroeger:

1. Gebrek aan talent, op verschillende vlakken.
Ik had een groot rekendefect op school.
Ik stal alle antwoordboekjes aan het begin van het jaar, en maakte kopies.
De enige kopieën die ik in mijn leven maakte, en nooit kwijt raakte.
Men dacht dat ik een wonderkind was.
Eenzaam ging ik naar huis.

2. Mijn gulzigheid.
Mijn vriendinnen trokken het goed, om na schooltijd, maar 1 snoepje te nemen.
Ik nam ook altijd een eenheid, maar dan wel 1 zak,
dus stal ik snoepjes bij mijn vriendinnen, als ze niet keken.
Eigenlijk schaam ik me hier niet voor. Ik ben een goede dief.

Iets minder vroeger:

1. Niet weten hoe je met iemand naar bed moet gaan.
Ik zei tegen mijn eerste vriendje, dat ik mijn moeder had beloofd dat ik haar zou bellen, als hij een poging zou doen mijn kleren uit te doen.
Hij moest hard lachen, en deed toch mijn trui uit.
Ik had toen nog weinig borsten, iets waar ik mij ook voor schaamde,
en toen zei ik: heb je al die moeite voor niks gedaan. Ik draag nog hemden.
Ik schaamde mij, dat ik niet zo cool was als de meisjes die het niet erg vonden dat ze nog geen borsten hadden.

2. Gebrek aan vrienden
Ik had in mijn klas weinig vrienden.
Ik verzon mensen, die ‘liefs’ met een dikke stift op mijn etui schreven.
“Hannah” was er een van.

3. Niet toegeven dat je gewoon niet rookt
Ik had twee vrienden op de middelbare school, die rookten.
Ik wilde niet roken, en zei dat ik een groot geheim had, waardoor ik niet mocht roken.
Toegeven dat ik gewoon niet rookte, had ik niet aan gedacht.
Ik schaam mij hier diep voor.

Nu:

1.  Schaamte voor mijn schaamte
Schaamte vind ik niet erg. Mooi wel zelfs.
Maar ik schaam mij vaak om mijn schaamte, en dat vind ik bijna ondraaglijk.
Omdat ik kennelijk niet kan toegeven, dat er dingen zijn waar ik mij voor schaam.
Dat ik zo iemand ben.
En dat ik niet ben als Pippi Langkous.
Die schaamte om schaamte wil ik ook altijd verbergen, omdat Pippi Langkous zich nooit zou schamen voor haar schaamte.

REBEKKA DE WIT

© 2017 | SCHAAMTE.BE | Kaat Haest