Barbie-leed
Ik heb nog nooit iemand verteld dat ik de Barbie van een vroeger klasgenootje heb onthoofd. Bovendien was het niet zomaar een Barbie, nee, het was haar lievelingsbarbie. Glanzende blonde haren en een prachtige avondjurk had ze. Wat er toen gebeurde, zal ik nooit vergeten.
Vroeger was het voor mij nog niet aan de orde mijn woensdagnamiddagen te spenderen aan wiskundeoefeningen en andere tijdverspillers. Het gebeurde dus wel eens dat ik inging op de uitnodiging van een klasgenootje om samen te spelen, zo ook die ene bewuste dag.
Na het welbekende ongemakkelijke eerste kwartier, kwamen we al snel terecht in de boeiende leefwereld van Barbie en co. Na een paar kledingswijzigingen en kapselveranderingen, van Barbie uiteraard, vond mijn vriendinnetje dat het tijd was voor een plaspauze. Zij verdween dus naar het kleine kamertje, terwijl ik naarstig verder speelde.
Tijdens het spelen ontdekte ik plotseling dat je de benen van een Barbie kan plooien. Aangezien ik thuis niet zo’n poppen in mijn bezit had, was dit voor mij een hele nieuwe ervaring. Nadat ik een tijdje de soepelheid van Barbies ledematen had getest, viel mijn oog op het lange blonde haar. Als zij haar benen in zo’n onnatuurlijke hoek kan buigen, moet haar hoofd dat ook kunnen, dacht ik zo. Links, rechts, links, rechts. Het ging een beetje stroef, maar ik zag er geen graten in. Boven, onder, boven,… Plotseling zat ik daar, het blonde haar golvend over mijn handpalm. Grote paniek. Na enkele verwoede pogingen het lichaam terug een hoofd te geven, gaf ik het op. Dan maar over naar plan B: Barbie in speelgoedbak, hoofd ernaast. Voetstappen op de gang. Nieuwe opwelling van paniek. Hoofd in jaszak, lichaam in speelgoedbak. Net op tijd.
Waar ik me nog altijd over verbaas is dat mijn vriendinnetje mijn vuurrode hoofd niet opmerkte. Gezellig speelden we verder, niets aan de hand. Een hele dag van Kens leven verstreek, zonder dat hij merkte dat zijn geliefde niet meer onder de levenden was. Net op het moment dat mijn hart weer zijn normale ritme had bereikt, haalde hij het echter in zijn hoofd een ritje te maken met zijn mooie roze sportauto. Enige probleem: de auto had twee zeteltjes. Geen betere medepassagier te bedenken dan die ene Barbie met dat lange haar dat zo mooi wappert in de wind. Een paar graaien in de speelgoedbak later kwam Barbie tevoorschijn, een groot gapend gat op de plaats waar haar hoofd hoorde te zitten. Mijn vriendin slaakte een jammerkreet. Ik opnieuw in paniek omdat ik niet wist wat ik moest doen. Mijn acteercapaciteiten stonden toen namelijk nog op een laag pitje. Ik jammerde dus maar wat mee. Haar moeder had blijkbaar geen last van gehoorschade, want binnen de twee tellen stond ze al bij in de kamer. “We vinden haar hoofd wel terug, schatje,” klonken de troostende woorden van moeder. Niet dus, haar hoofd bevond zich namelijk op een plaats waar het niet hoorde te zijn. Best een lugubere gedachte, rondlopen met een hoofd in je jaszak. “Ach, we zoeken straks wel verder, speel jij nu maar lekker door.” Uiteraard kwam er van lekker spelen niets meer in huis. De sfeer was voorgoed verpest en dat was mijn schuld. Wat een onschuldige namiddag spelen had moeten zijn, ontaardde in een drama.
Het geluid van de deurbel weerklonk door het huis, oef, gered! De rit naar huis kon me niet snel genoeg gaan. Pas in de vertrouwde omgeving van mijn slaapkamer, durfde ik het hoofd tevoorschijn te halen. Beschaamd borg ik het op in de lade van mijn nachtkastje. Dagenlang werd ik geteisterd door nachtmerries met in de hoofdrol het Barbie-hoofd, wat mijn schuldgevoel alleen maar aanwakkerde. Sinds die bewuste dag kan ik niets meer uit de lade van mijn nachtkastje nemen zonder de glazige blik van die ellendige pop voor me te zien.
Ik heb het nooit over mijn hart gekregen alles op te biechten, net zo min ik het ooit over mijn hart heb gekregen het hoofd toe te wijzen aan de vuilnisbak. De gebeurtenis heeft me namelijk een wijze les geleerd die ik al mijn nabestaanden wil meegeven: Barbie-hoofden zijn niet flexibel!
LEERLING SPIJKER HOOGSTRATEN
