Wingerd

tekst — Kaat op augustus 30, 2012 om 09:46

Laatst was het al laat. Het huis sliep al en ik zat eenzaam nog wat te zappen. Naast mij was begripvol de kater komen liggen. Toen kronkelde uit de afstandsbediening een opwindende scène. Ik stopte met zappen.
En keek.
Kijkend groeide een zekere schaamte. Zelfs slapend, blijkbaar, ziet het gezin de vader zitten. En niet al wat hij doet, is even goed. Ik kon er nog net mee leven en keek onrustig voort. Plots merkte ik dat de kater mij priemend in het oog had.
Toen was de lol eraf.
Ik heb hem bestraffend gemonsterd, maar hij draaide soeverein zijn kopje weg.

Hoe ver is het gekomen dat ik me zelfs schaam voor de blik van een kat? Die blik had geen idee wat de mijne aan het doen was. Toch voelde ik me veroordeeld.

Schaamte, zeggen definities, wordt veroorzaakt door de blik van de ander. Ze schijnt zoals haast alles te beginnen bij de moeder en loopt van vrienden, vijanden, kinderen en geliefden over buren tot de samenleving en ook God.
Ze is vervelend, kan ziekelijk worden, maar is zogezegd ook goed: ze stilt het beest in ons. Zonder de ander kan de ander maar beter uit onze buurt blijven. Dat ze nog niet helemaal feilloos werkt, herhaalt het nieuws zich dagelijks.

Als de definities gelijk hebben, ben ik ook een ander. Natuurlijk, blijkt de bankkaart leeg aan de kassa, of wenst de buur mij een prettige dag als ik verzaligd ontwaak uit de etalage van de plaatselijke lingeriewinkel, dan schaam ik me.
En schaamt de kardinaal zich almachtig nergens voor en noemt de mediatiek vermagerde politicus seksuele intimidatie lafhartig een oud-bourgondisch gebruik, dan schaam ik me peilloos in hun plaats.
Dat is de dagelijkse schaamte en ze kijkt naar de ander.
Maar de diepste schaamte kijkt uit de spiegel.
Over die schaamte is het moeilijk spreken.

Schaamte is van nature stil, schaamteloosheid pronkt met zichzelf. De diepste schaamte is zelfs doodstil. En is er altijd. Ze peutert niet in de overmaatse neus of doet mij niet verlegen op een feestje aankomen. ze zit lager onder mijn vel. Ze is een stille kracht en gaat tussen mij en ik.
Ze is oud, al weet ik niet hoe oud. Misschien even oud als ik. Of misschien is ze langzaam gegroeid. Met de tijd, met het falen, met de toenemende eenzaamheid van het vel.
Ze wordt niet per se rood, ze stottert niet noodzakelijk, ze giechelt niet, ze overbluft zichzelf niet. Maar misschien zit ze wel in elk gebaar dat ik maak. Althans, soms denk ik dat ik ze bij sommige anderen zo zie: als een zwijgzame, bijna geruisloze gêne die hen begeleidt. Niets uitgesprokens, niets dramatisch, niets mededeelbaars en dus zeker geen gesprekstof.

Deze schaamte is iets wat ik bén. Ik kan ze niet echt onderscheiden van de uren. Ze loopt met mij mee als een schaduw. Ik weet niet waar ze vandaan komt. Misschien is ze met de jaren verzameld fijn stof van alle kleine en grotere schaamte.Misschien is ze iets chronisch geworden, zoals sommige hoofdpijn. Misschien kijken alle blikken die mij ooit hebben beoordeeld, betrapt of vernederd, mij nu samen uit één kattenoog aan, ergens in mijn vochtige duisternis vanbinnen.
Misschien is het een wingerd die ooit in de biechtstoel als een stek in mij is geplant.
Ik weet het niet.

Ik weet alleen dat ik ermee zit.
Niet dat ze altijd dodelijk is, deze schaamte. Niet dat ze helemaal onleefbaar is. Soms denk ik zelfs dat ze me in leven houdt.
Om de twee dagen grijnst ze om mijn middelmatigheid, regelmatig giert ze om mijn lachwekkende hoogmoed. En staat mijn schamele naaktheid in de badkamer schrijnend in sokken, dan komt ze niet meer bij.
Andere dag is ze veel strenger. Dan sterf ik aan mijn geheimste schaamte.
Maar die dagen ga ik niet aan uw neus hangen. Die schaam ik me tussen mij en ik. En desnoods de kat.

BERNARD DEWULF
“Wingerd”, in: dS Weekblad, zaterdag 5 mei 2012, nr. 37, p.66

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

© 2017 | SCHAAMTE.BE | Kaat Haest